Spanning maart 2006
De vergrijzing en het spook van de staatsschuld
De staatsschuld moet in 25 jaar worden afgelost om de vergrijzing te kunnen opvangen. Dat bepaalden de kabinetten Balkenende bij hun aantreden. En daar is heel wat op af te dingen.
Tekst: Nico Schouten
In de discussies over de staatsschuld wordt nooit de vraag gesteld wie eigenlijk de schuldeisers zijn. In Nederland kom je dan al gauw uit bij de pensioenfondsen. Hun aandeel daalt wel, maar bedroeg in 2003 nog altijd 20 procent. Dit betekent dat veel rente op de staatsschuld, die gefinancierd moet worden uit belastinginkomsten, in handen komt van pensioenfondsen die het uitkeren aan de pensioengerechtigden of het weer beleggen. Een heleboel belastingbetalende burgers zijn dus indirect de schuldeisers. Als de staatsschulden gaan verdwijnen, worden pensioenfondsen nog afhankelijker van aandelen, met de risico’s van dien. Premies zouden waarschijnlijk verhoogd moeten worden om het grotere risico af te kunnen dekken. Er moeten dan meer aandelen in omloop komen om aan de groeiende vraag van fondsen te voldoen. Dit zet rendementen onder druk, of jaagt de koersen omhoog, als het aanbod achterblijft. Dezelfde gedachtegang kan men volgen bij andere belangrijke schuldeisers: banken en verzekeraars. Zij bezaten in 2003 respectievelijk 14 en 22 procent van de staatsschuld. Hun claims op belastinginkomsten via de rente op staatsschulden beperken hun risico’s in beleggingen, en dragen bij aan uitkeringen in de rente op spaarrekeningen en dividenden en voor uitkeringen bij verzekeringen (schade, zorg, lijfrente).
Bij al dit rondpompen van geld blijft echter flink wat aan de strijkstok hangen. Het wereldje van beleggingsjongens en -meisjes is een duur wereldje. Vermindering van de staatsschuld is dus zeker een nuttig doel. Maar het tempo ervan dient afgewogen te worden tegen andere nuttige doelen. Zolang overigens de begroting over meerdere jaren in evenwicht blijft, vermindert de last van de staatsschuld procentueel vanzelf.
Inhoud
- Spoelt een grote grijze golf de laatste restanten weg van onze welvaartsstaat? Of kunnen we de toekomst met een gerust hart tegemoet zien, vol trots op ons solide pensioenstelsel? Spanning duikt in de wereld van de AOW, de pensioenfondsen en lijfrentes. Een goede oudedagsvoorziening: lust of last?
- Wordt de AOW onbetaalbaar, en moet de pensioengerechtigde leeftijd opgeschoven worden van 65 naar bijvoorbeeld 67 jaar? Nee, daar is geen enkele reden voor, legt Nico Schouten van het Wetenschappelijk Bureau van de SP uit: de AOW ligt nodeloos onder vuur.
- FNV houdt vast een huidige structuur pensioenfondsen: ‘Een staatspensioenfonds wordt al snel gebruikt voor bezuinigingen.’
- De vergrijzing en het spook van de staatsschuld
- Arbeidspensioenen onder druk
- Het rijke rooie leven, deel 14: Ome Joop
