Tribune 12/99: Dit is mooi, dus afblijven!

30 november '99
Afbeelding protest red de zorg

"Dit is mooi, dus afblijven!"

Shell en Esso hebben hun zinnen gezet op het kostbare aardgas onder de zeebodem en willen de concessie die het Rijk hen ooit verleende, te gelde maken. Wetenschappers tuimelen over elkaar heen om de risico’s (of juist de afwezigheid daarvan) voor de Wadden aan te tonen en komen gezamenlijk niet uit. Bioloog Bernhard Spaans vindt de hele welles-nietes discussie niet zo boeiend. "Dit is mooi, dus afblijven!"

Tekst Christine de Vos Foto Fred Hoogervorst / HH

Een koude vrijdagmorgen op Texel. Er staat een flinke wind als de veerboot de haven van ’t Horntje binnenvaart. Bernhard Spaans, bioloog bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) is alles wat je je bij een bioloog voorstelt. Een wanordelijke bos rossig haar en dito baardje, kaplaarzen aan de voeten, verrekijker om de nek. Zijn assistent Christoph loopt er net iets gesoigneerder bij, maar de student milieukunde is ook nog maar een paar dagen geleden aan zijn stage bij het NIOZ begonnen. De twee gedreven "vogelaars" houden zich voornamelijk bezig met het volgen van zo’n vijfhonderd geringde kanoetstrandlopers om zo hun leefpatroon in kaart te brengen.

Volgens de wetten en regels moeten de activiteiten in de Waddenzee ondergeschikt zijn aan de bescherming van de natuur. Zo stelt de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn dat op plaatsen waar vogels nestelen, de omgeving niet verstoord mag worden. "Als Nederland zich daaraan hield, zouden verstoorders als de NAM gewoon van het wad afgestuurd moeten worden," zegt SP-milieuspeurder Harry Voss. "Maar de regering heeft nog niet eens concrete invulling gegeven aan die bepaling. Het Hof van Justitie heeft Nederland, op straffe van een dwangsom, moeten manen daar nu eindelijk eens werk van te maken!"

"Toen de Zuiderzee IJsselmeer werd voltrok zich achter de Afsluitdijk ook een ecologische ramp"

Met drie paar bemodderde kaplaarzen en een telescoop in de achterbak en een verrekijker om de nek verlaten we de parkeerplaats van het NIOZ op Texel. Over een smalle asfaltweg gaat het langs een dijkje waarop schapen grazen. Aan de rechterkant ligt een stuk ondergelopen land waar een paar honderd vogels dobberen. Een koppel bergeenden en een familie smienten op de voorgrond banjeren met de gebruikelijke eendenelegantie heen en weer op de oever en trekken aan wat grassprietjes die niet zijn ondergelopen. Aan de overkant: weer een dijkje. Dit gebied, tussen de oude en nieuwe zeedijk, is een rustpunt waar wadvogels vertoeven wanneer de zandplaten onder water staan. De nieuwe zeedijk lekt zout water in het bassin, dat zodoende net brak genoeg is om de vegetatie niet de pan uit te laten groeien. Het blijft een mooi open watertje. De verrekijkers worden te voorschijn gehaald. "Kijk rotganzen, daar in het midden," wijst Christoph naar een clubje grijze vogels op de plas. "Aardig wat jongen," leest Spaans af aan het aantal ganzen met lichtgrijze strepen op hun rug. Het aantal jongen zegt iets over de omstandigheden in Siberië, waar de vogels hun trektocht begonnen zijn.

"Poeweeep!" klinkt het plotseling vanachter het oude dijkje. "Ha," lacht Spaans, "er zitten weer een paar rotganzen op iemands weiland. Even wachten, dan komt er straks een hele zwerm over de dijk zetten." We wachten. Niets. Gelijk Pavlovhondjes hebben de ganzen allang door dat op het grazen op boerengraslanden geen andere sancties staan dan een beetje herrie. "Eigenlijk eten ze liever zeegras," vertelt Spaans. "In de jaren dertig is daar een ziekte in gekomen en ging de hele dis verloren. Elders is het wel weer opgekomen, maar op de Wadden niet. Dat heeft onder andere te maken met de afsluiting van de Zuiderzee. Maar ook de garnalen- en kokkelvisserij, waardoor alle grond wordt omgewoeld, heeft terugkeer van zeegras voorkomen. Rotganzen zijn zo flexibel dat ze zichzelf binnendijks gras hebben leren eten. Maar kanoeten zijn voor hun voer geheel afhankelijk van kokkels en nonnetjes, iets kleinere schelpdieren."

"Toen de Zuiderzee indertijd IJsselmeer werd, was het argument ook dat schadelijke gevolgen niet zeker waren," zegt Voss. "Vervolgens heeft zich achter de Afsluitdijk een ecologische ramp voltrokken. In twee jaar waren de daar groeiende wieren allemaal verdwenen. Ook de rotzooi van binnenschepen, die via de IJssel het meer instroomde, kon nergens meer heen. De Waddenzee is een nog complexer ecosysteem."

In het begin van de jaren zestig kreeg de NAM – een werkmaatschappij van Shell en Esso – een eeuwigdurende concessie voor winning van al het Nederlandse aardgas. In 1984 gaf de toenmalige minister Andriessen van Economische Zaken toestemming voor proefboringen in de Waddenzee. Een moratorium, dat de Wadden tien jaar rust zou gunnen, liep onlangs af. Boren maar, vond het kabinet, als dat tenminste geen "onherstelbare schade" oplevert. Maar de Kamer sprak zich, met uitzondering van de VVD, sowieso uit tegen boring. Zuchtend trok het kabinet zich terug in het Catshuis. Nadat een groep wetenschappers verdeeld en twijfelend advies uitbracht, kon ook nieuw overleg met de NAM geen oplossing brengen voor de verdeeldheid binnen het kabinet. Op 3 december (toen deze Tribune gesloten werd) stelde het opnieuw de beslissing uit.

Met een oppervlakte van 8000 km2 zijn de Wadden het grootste natuurgebied van West-Europa. Ongeveer eenderde hoort bij Nederland, de rest valt onder Duitsland en Denemarken. Het unieke van de Waddenzee is de invloed van eb en vloed. Nergens ter wereld is een groter gebied waar de getijden vrij spel hebben. Elke dag voert de vloed nieuw zuurstof- en voedselrijk water aan uit de Noordzee. In de ondiepe Waddenzee ontwikkelen zich vervolgens enorme hoeveelheden plankton. Dat garandeert een overvloedige maaltijd voor wormen, schelpdieren en garnalen. Die lokken vogels en vissen en dus ook vis etende vogels en zeehonden. Allemaal in onvoorstelbare aantallen.

Ecologische verandering in het waddengebied heeft gevolgen voor de vogelstand over de hele wereld. De Wadden vormen een tankstation voor tientallen vogelsoorten uit bijna het hele noordelijk halfrond. Van sommige vogelsoorten is meer dan de helft van de wereldpopulatie er een deel van het jaar te vinden. Net als de rotgans is de kanoet van oorsprong een noorderling. De ene ondersoort broedt aan de arctische kust – bij de Baltische staten rechtsaf – en overwintert op de Wadden. Zijn neefje is in de zomermaanden in Siberië, slaat in het waddengebied proviand in en vliegt daarna door naar Afrika. "Jaren geleden zat ik zomers lang in Siberië om kanoeten te ringen," vertelt Spaans. "En niets is leuker dan vijfduizend kilometer verder, bij wijze van spreken in mijn achtertuin, een kanoet te ontdekken die ik jaren eerder een ringetje om de poot heb geklemd. Alsof je weer een oude vriend tegenkomt."

"De mens laat op alle niveaus zijn sporen achter. Steken ze geen pijpen de grond in, dan gooien ze hun rotzooi wel neer"

De tocht wordt vervolgd, over de zeedijk in noordelijke richting, waar Bernhard en Christoph drooggevallen zandplaten verwachten. In het grauwe water dobberen twee eidereenden. Plots neemt het mannetje en duik en komt een seconde of tien later boven met een mossel in zijn snavel. Zijn vrouwtje – onder het motto: we zijn in gemeenschap van goederen getrouwd en dat zal je weten ook – zet de achtervolging in om manlief zijn hapje te ontnemen. Te laat. Hij heeft de buit al met schelp en al ingeslikt. "Die beesten hebben zo’n gespierde maag, dat ze er de schelp mee kunnen kraken," weet Christoph. Kanoeten doen hetzelfde met kokkels, maar die mogen niet groter zijn dan een centimeter."

Zandplaat in zicht. En kanoeten. Knus op een kluitje staan ze tot de enkels in het water in het natte zand te prikken. Sensoren in de snavel verraden de aanwezigheid van schelpdieren, die gulzig soldaat worden gemaakt. "Moet je je voorstellen hoe elastisch die maagwand is," zegt Spaans, terwijl hij tussen duim en wijsvinger een miniem kokkeltje probeert te kraken. "Tijdens de trek wordt de maagwand als brandstof gebruikt en verkleint hij zich van de grootte van een stevige walnoot tot zeg maar kokkelformaat. Na aankomst hier, is hij binnen een week weer op oude grootte en sterkte. Fantastisch hè?"

Intussen heeft Christoph de telescoop tevoorschijn gehaald en schat de kanoetenclub zo’n vijfhonderd vogel groot. "Als je hier doorheen kijkt, zie je dat vogels aan de buitenrand net iets onrustiger zijn dan de rest. Zij staan op wacht." En niet voor niets. Plots is er paniek in de tent en vliegt de hele avifauna als door een bij gestoken op. Een sperwer heeft het op de jongste en zwakste kanoeten voorzien. Hij laat de groep een paar keer nerveus van links naar rechts zwermen, besluit dan dat het de moeite niet waard is en neemt de kuierlatten. Poeh, poeh dat was wat! Gauw een kokkeltje voor de schrik.

Christoph, die nog wat ringen wil tellen, achterlatend, rijden we verder. Dijkje op, dijkje af. Hé, zijn dat kleine zwanen, daar in dat gerooide bietenveld? Nee, soepganzen classificeert Spaans de tamme vogels ter zake kundig. Bij de "slufter" aan de noordwest kant van het eiland houden we halt. Achter een lage duinenrij ligt als een ooit effen groenen deken, die nu door jaren van gebruik en wassen op de ene plaats is verkleurd en op de ander ruw geworden, de slufter. Groen, bruin en goudtinten, gras, mos en andere vegetatie lopen vloeiend in elkaar over en worden doorkruist door smalle kreken die van achter de duinen uit de Noordzee komen. Zo’n tien keer per jaar loopt het gebied onder. De strook rommel – plastic colaflessen, lege chipszakken en wat dies meer zij – geeft aan tot hoe hoog het water komt. "De mens weet ook op alle niveaus zijn sporen achter te laten," bromt Spaans. "Steken ze geen pijpen de grond in, gooien ze hun rotzooi wel neer."

"Als je op de Veluwe zo tekeer zou gaan als op de zeebodem, zou er een ware ravage achterblijven"

Gaswinning op het wad leidt tot tientallen centimeters daling van de zeebodem. Het is onmogelijk te voorspellen wat de gevolgen van die bodemdaling zullen zijn. Wel staat vast dat ze nooit meer ongedaan kan worden gemaakt. Voorstanders van gaswinning bepleiten boren vanaf vaste wal met schuine boorpijpen om de eilanden te ontzien. Maar de bodemdaling wordt daar niet minder door. Bovendien betekenen boorinstallaties een grove inbreuk op het natuurlijke kustlandschap. Affakkelinstallaties – de beruchte "vlammenwerpers" – zullen ook ’s nachts voor ernstige verstoring van de natuurlijke rust in het waddengebied zorgen.

Waddengas is helemaal niet geschikt voor het Nederlandse aardgasnet, omdat het gas een heel andere samenstelling heeft dan "de bel" uit Slochteren. De NAM wil het waddengas gebruiken om haar concurrentiepositie op de internationale markt te verbeteren. Met andere woorden: winst maken door exploitatie van Nederlands natuurgebied!

Via de vissershaven terug naar de veerboot. In het inmiddels doorgebroken zonnetje liggen de vissersbootjes te glimmen. Tussen netten en manden door lopen mannen in marineblauwe truien en dito mutsen. Op Hoop van Zegen, maar dan zonder Kniertje. "Mooi dat ze met die netten hele stukken zee zo’n zeven, acht keer per jaar omploegen en zo alle bodemfauna doen opschrikken," torpedeert Bernhard Spaans de idylle. "De Noordzee is een akker en de pest is dat je het niet ziet. Ze oogt altijd hetzelfde: water en golven. Als je op de Veluwe zo tekeer zou gaan als op de zeebodem, zou er een ware ravage achterblijven. Moet je eens zien hoe snel er beschermende maatregelen genomen zouden worden. Maar wat je niet ziet, bestaat niet en daar is het waddengebied de dupe van."

Het gevaar loert overal… Overbevissing

De mosselstand in de Waddenzee was in 1991 totaal geëlimineerd. Met de kokkels gaat het hard dezelfde kant op. Kokkelvissers, uitgerust met enorme "stofzuigers", slurpen in no time hele zandbanken leeg. Daardoor worden woon- en broedplaats van vele waterdieren omvergewoeld.

Militair oefenterrein

Op Vlieland en in het Lauwersmeer heeft het Nederlandse leger oefenterreinen aangelegd. Lege hulzen van kogels blijven na de schietoefeningen op het wad achter en verdwijnen in het milieu. Tankbommen en mitrailleurvuur veroorzaken overlast tot in Harlingen en Texel. In de laagvliegzone boven het oostelijk waddengebied bezorgt de luchtmacht zeehonden een hartverzakking door met F16 vliegtuigen de rust aan flarden te scheuren.

Massatoerisme

Elk jaar komen meer en meer toeristen naar de Waddeneilanden. Niet alleen in het hoogseizoen, wanneer surfers en jetskiërs de rust komen verstoren, ook in voor- en najaar banjeren wadlopers en andere recreanten rond. Precies in de perioden van vogeltrek, als de storingsgevoeligheid het grootst is. De eilandbewoners zijn inmiddels tot de conclusie gekomen dat het wel een tandje minder mag. Dit tot groot ongenoegen van projectontwikkelaars, die dure hotels en dito voorzieningen in de planning hebben.

Inhoud

  • Nieuws: Het Binnenhof / Aktie / Bulletin Board
  • Column Jan Marijnissen: Pleisters op monden
  • SP-voorman Jan Marijnissen voorziet een belangrijke rol voor zijn partij in de nieuwe eeuw. Maar, zegt hij: "Geen topsport zonder breedtesport." Hij juicht de komst en de inbreng van duizenden nieuwe leden toe.
  • De huisartsen van Ons Medisch Centrum kijken verder dan de spreekkamer, doen actief aan preventie en klimmen zo nodig op de barricaden. Een levendige ontmoeting met de rode dokters van de SP.
  • Karel Glastra van Loon viel in de prijzen met zijn roman De Passievrucht, maar naast het schrijven ligt zijn ware passie bij levende mensen en levende natuur. Aan de Tribune legt hij uit waarom hij daarbij kiest voor de SP en waarom de bedreigingen van de biotechnologie hem zo aan het hart gaan.
  • De wetenschappers twijfelen, de politiek aarzelt. Zijn gasboringen onder de Waddenzee mogelijk zonder schade aan te richten? Natuuriefhebbers weten wat er moet gebeuren: "Dit is mooi, dus afblijven!" De Tribune ging mee uit "vogelen".
  • Theo de Buurtconciërge; strip van Wim Stevenhagen

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.