Tribune 12/98: Het product student

30 november '98
Afbeelding protest red de zorg

Het product student

Het bedrijf vraagt, de universiteit draait

Het product student

Ooit waren universiteiten bastions van de onafhankelijke wetenschap. Anno 1998 zijn ze razendsnel op weg gewone bedrijven te worden. Ze leveren producten (studenten en onderzoek) en ze werken volgens de wetten van de commercie: de afnemer bepaalt uiteindelijk wat er geproduceerd wordt en de productiekosten moeten steeds verder omlaag. Lees hoe de hand van De Markt ook de wereld van de wetenschap in zijn greep krijgt.

Met enige trots meldde bestuursvoorzitter Yvonne van Rooy van de Tilburgse universiteit bij de opening van het huidige academische jaar dat de kosten per afgestudeerde sinds 1992 met maar liefst 40 procent waren gedaald. Ze noemde dat “een productiviteitsstijging waar mening bedrijf jaloers op zou zijn”. Haar collega Veldhuis van de universiteit van Utrecht typeerde het kabinetsbeleid van Paars II (met onder andere een bezuiniging van 300 miljoen op onderzoek en onderwijs) als “het herschikken van de dekstoelen op een zinkend schip”. En in Rotterdam gaf voorzitter Herkströter van de Raad van Toezicht van de Erasmus-universiteit een definitie van kwaliteit: “Het wetenschappelijk onderwijs is kwalitatief van hoog niveau indien de afgestudeerden zodanig zijn opgeleid dat zij probleemloos op de arbeidsmarkt kunnen worden ingezet.” In een notendop schetsen de bestuurders hiermee treffend de situatie in de hedendaagse academische wereld. Bezuinigen, bedrijfsmatig opereren en je schikken naar de wensen van het bedrijfsleven zijn de laatste jaren sleutelwoorden geworden. En dat heeft verregaande gevolgen.

Britten noemen Nederlandse bezuinigingen op hoger onderwijs ronduit ‘een ramp’

In de eerste plaats door het prijskaartje dat aan het hoger onderwijs is komen te hangen en dat voor een groeiend deel door studenten en hun ouders zelf moet worden betaald. De collegegelden zijn stelselmatig opgedreven. De studieduur en de studiefinanciering zijn beperkt en er kwamen financiële prikkels om de studievoortgang te bevorderen.

Verder zijn we met wetenschappelijk onderzoek hard achterop aan het raken. Landen als Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten besteden rond de 2,5 procent van hun bruto binnenlands product aan wetenschappelijk onderzoek. Nederland zat in 1987 op 2,3 procent en zal volgens de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de NWO, in 1999 nog maar 1,6 procent van het BBP aan wetenschappelijk onderzoek besteden. Het gerenommeerde Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature noemde enkele maanden geleden de Nederlandse bezuinigingen op hoger onderwijs en op onderzoek dan ook ronduit “een ramp”.

Zelfs softwaregigant Microsoft heeft al een vaste plaats in het lesprogramma veroverd

Waar de overheid terugtreedt, dringt De Markt zich naar voren. In Utrecht worden daardoor inmiddels studieprogramma’s Wiskunde en Informatie opgezet samen met bedrijven als Baan, Ortec, Rabobank en P&O Nedlloyd. Softwaregigant Microsoft is in gesprek met universiteiten om lesmateriaal te leveren en docenten bij te scholen. Op diverse hogescholen heeft Microsoft hiermee al een vaste plaats in het lesprogramma veroverd. Leiden en Tilburg bieden doctoraalonderwijs op maat van de markt: belastingcontroleurs klaarstomen als fiscaal jurist voor 25.000 gulden. En in Leiden wil men nog veel verder gaan. Onlangs pleitte die universiteit voor een opzet waarbij bedrijven en studenten fors meebetalen aan de eerste fase van de studie. Bestuursvoorzitter Vredevoogd sprak van collegegelden die variëren van 5.000 tot 50.000 gulden per jaar. De overheid zou volgens hem nog slechts borg hoeven staan voor cultureel onmisbare studies en voor studiefinanciering van arme, talentvolle studenten.

De nieuwe koers van universiteiten levert een schadepost op van een half miljard per jaar

Niet alleen het academisch onderwijs wordt een gewoon product, ook het wetenschappelijk onderzoek gaat de markt op. Het deel van hun inkomen dat universiteiten halen uit onderzoek in opdracht van derden, neemt gestaag toe en ligt momenteel gemiddeld op een kwart van het totale budget. Opdrachtgevers zijn de verschillende overheden, de “collectebusfondsen” (vooral medisch onderzoek) en het bedrijfsleven. De nieuwe financieringsbron blijkt in de praktijk te leiden tot onduidelijke constructies, waarin commerciële en wetenschappelijke activiteiten door elkaar vloeien. In 1995 concludeerde de Algemene Rekenkamer dat het financieel beheer bij een meerderheid van de universiteiten tekortschiet. Niet één universiteit hield bij hoeveel de marktgerichte activiteiten daadwerkelijk kosten. Nog vernietigender is de conclusie die het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven begin dit jaar presenteerde: de Nederlandse economie verliest aan welvaart doordat universiteiten en hogescholen steeds meer de markt op gaan. De schade bedraagt volgens de onderzoekers zeker een half miljard per jaar. Deze wordt veroorzaakt doordat overheidsgeld wegvloeit naar commercieel onderzoek onder de kostprijs en doordat particuliere onderzoeksbedrijven uit de markt gedrukt worden.

“Het bedrijfsleven financiert alleen onderzoek dat commerciële toepassing heeft”

SP-Kamerlid Harry van Bommel heeft nog méér bezwaren tegen de vercommercialisering van het onderzoek. “De bedreiging van de wetenschappelijke onafhankelijkheid zie ik als een groot gevaar. Opdrachtgevers zullen al heel gauw de neiging hebben te veel te sturen.” Van Bommel wijst op de woorden van oud-hoogleraar culturele antropologie Köbben. “Die spreekt van de advocatisering van de wetenschap. Niet het belang van de samenleving staat centraal, maar het belang van de opdrachtgever. Volgens Köbben heeft de wetenschappelijk onderzoeker een zwakke onderhandelingspositie. Als je niet naar een gewenste uitkomst toewerkt, kun je vervolgopdrachten immers vergeten, is zijn stellige overtuiging.”

Hoogleraar bestuurskunde Snellen denkt daar net zo over. Hij schreef vorig jaar in de Volkskrant: “Vraag een onderzoeker of de stadsprovincie er moet komen, of juist niet. Of de provincie toekomstwaarde heeft, of juist niet. Of gemeente X geannexeerd moet worden, of juist niet: onderzoekers zullen u een wetenschappelijk verslag op de maat van de gewenste uitkomst verstrekken.”

Nog een reëel gevaar is volgens Van Bommel de dreigende verschraling van de wetenschap. “In de eerste plaats doordat het bedrijfsleven alleen onderzoek financiert dat commerciële toepassingen heeft. In de tweede plaats doordat het opdrachtonderzoek door zijn commercieel belang al snel voorrang krijgt boven het eigen wetenschappelijk programma. Bijvoorbeeld als er sprake is van tijdsdruk. Het gevolg van beide ontwikkelingen is een afname van het fundamenteel onderzoek en van onderzoek op bijvoorbeeld cultureel gebied.”

“De afstand tussen de opdrachtgever en de onderzoeker moet vergroot worden”

Wat moet er dan gebeuren? Je kunt toch moeilijk onderzoek voor derden gaan verbieden? Van Bommel: “Dat kan inderdaad niet. En dat hoeft ook niet. Waar ik voor pleit is het vergroten van de afstand tussen de opdrachtgever en de onderzoeker. Er moet een systeem komen waarin onderzoekscontracten met derden uitsluitend worden afgesloten via tussenkomst van de NWO en de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen. Deze organisaties zoeken vervolgens de universiteit die het onderzoek kan uitvoeren. De universiteiten krijgen de onderzoekskosten vergoed, opdrachtgevers betalen het commerciële tarief en de winst komt in een landelijke onderzoekspot. Zo bereik je meteen dat er ook geld is voor onderzoek in andere dan commercieel interessante richtingen.”

Miljoenenwinsten

Commerciële nevenactiviteiten zijn uit nood geboren om het budget op peil te kunnen houden. Maar inmiddels lijken de universiteiten stevig de smaak te pakken te krijgen. Tussen 1992 en 1995 is de UvA-holding waarin de Universiteit van Amsterdam haar commerciële activiteiten onderbrengt, gegroeid van één naar 14 BV’s. Bij het vijfjarig bestaan van de holding in 1996 werd gesproken van een “bedrijfseconomisch kerngezonde organisatie”. De winsten lopen in de miljoenen per jaar en voor de toekomst wordt een “versterkte groei” verwacht. Onder andere door “overname van bestaande veelbelovende bedrijven in de marktsector”.

Vorstelijk betaalde bijbaantjes

Toenmalig minister Ritzen van Onderwijs benoemde In 1997 bij negen universiteiten vijfkoppige Raden van Toezicht. De lijst van zwaargewichten die het vorstelijk betaalde bijbaantje (20.000 gulden per jaar voor enkele dagen vergaderen) in de wacht sleepten, wordt gedomineerd door topmensen uit het bedrijfsleven. Hoge functionarissen van Shell vielen drie keer in de prijzen. De ING-bank levert twee toezichthouders en verder hebben met elk één dubbelfunctie ook de volgende bedrijven een verbinding met de wereld van de wetenschap: Gist Brocades, Nedlloyd, Van Gend & Loos, Philips, KPMG-Holding, Financieel Dagblad, Gasunie, TNO, Nederlandsche Bank, Robeco, NedCar, Akzo Nobel, Hollandse Signaal Apparaten, Sara Lee/DE, De Twaalf Provinciën, DSM en Wegener.

Inhoud

  • Nieuws: Het Binnenhof / Aktie / Bulletin Board

  • Column Jan Marijnissen: Het Jaar van de Eeuw

  • De eis is even simpel als redelijk: meubelgigant IKEA moet garanderen dat er geen kinderarbeid meer gebruikt wordt bij de productie van haar spulletjes. Duizenden klanten geven IKEA daartoe een “gele kaart” als officiële waarschuwing. De SP-actie lijkt een groot succes te worden.

  • Op liefst twaalf pagina’s het eerste artikel voor het Achtste Congres van de SP. Hoe de SP zich ontwikkelde tot vierde partij van het land in ledental en tot zesde partij in kiezersaanhang. Hoe inhoud gegeven is aan de “de echte oppositie” en de partij zich aanpaste aan de veranderde eisen van de tijd.

  • Vroeger stonden ze achter de ME-linies om gewonde krakers op te vangen. Nu bieden de vrijwilligers van De Witte Jas vooral medische hulp aan mensen die nergens anders terecht kunnen: illegalen, daklozen, mensen die in de war zijn. Een bezoek aan de winnaars van de Rooie Reus-prijs 1998.

  • Theo de Buurtconciërge; strip van Wim Stevenhagen

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.