Interview
Magic Frankie
Als bluesmuzikant “Magic Frankie” ergens een hekel aan heeft, is het wel aan “onwaarachtig gedrag”. Daaronder verstaat hij bijvoorbeeld: artiesten die er als de kippen bij zijn wanneer ze met hun tronie op de TV kunnen komen, maar het voor een benefietconcertje ten behoeve van één Afrikaanse vrouw plotseling te druk hebben. Blues, dat is het overbrengen van gevoelens met muziek. Voor de Tribune doet hij het voor één keer met gesproken woorden. Zoals: “Bij de SP draait het om duidelijkheid en dat is precies wat ik ook naar voren wil brengen.”“Vogeltjes móeten zingen, ik móet de blues spelen”
“Ik heb zeker geen slechte jeugd gehad, maar wel heel anders dan de meeste van mijn klasgenootjes. Tegen de tijd dat ik een jaar of zes was, waren we thuis inmiddels met zeven kinderen en moest mijn vader zes, soms zeven dagen per week tot elf uur ’s avonds werken. Als wij naar school gingen, was hij vaak al weg en als hij thuiskwam, lagen wij alweer in bed. Zondags moesten we meestal naar het ziekenhuis. Vier van mijn broers hebben hemofilie en altijd was er wel eentje opgenomen. Als ze zich stootten, zwollen hun gewrichten op met bloed en dat deed natuurlijk flink pijn. Dus voordat ze naar het ziekenhuis gingen, hadden ze thuis al nachten liggen huilen, tussen drie broers op één kamertje. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Dan zie je hoe het leven óók kan zijn.Mensen die erg rijk zijn, hebben écht niet harder gewerkt dan mijn vader. Hooguit slimmer. Hij was automonteur en had misschien hoofdmonteur kunnen worden, maar dat was ’t dan wel. Sommigen verdienen kapitalen zonder er veel voor te hoeven doen, zoals die voetballers van tegenwoordig. Als je dat vergelijkt met het werk dat mijn vader moest verzetten voor een schijnloontje, dan zit de wereld toch wel heel vreemd in elkaar.
Toch was die tijd niet mijn inspiratiebron als musicus. Het is een vooroordeel te denken dat je alle ellende van de wereld moet hebben meegemaakt voordat je de blues kunt spelen. Je moet trieste én blije situaties kunnen invoelen en overbrengen. Als BB King alles had beleefd waarover hij heeft gezongen, was hij nooit zo oud geworden! Je hoeft zelfs geen “neger” te zijn om de blues te zingen. Tegenwoordig gaat 95 procent van de bluesteksten over drank en vrouwen en al lang niet meer over slavernij, katoenplukken en armoede. We zijn dat tijdperk wel ontstegen. Vroeger werd Little Richard vaak geweerd. Zijn muziek zou schadelijk zijn voor de jeugd. Maar als Pat Boone een nummer van hem coverde, werd-ie er steenrijk mee. Op dat niveau speelde racisme zeker een rol. Maar in kleine plattelandsgemeenten, waar mensen elkaar hard nodig hebben, lag dat anders. Daar werd voor een feest een neger gevraagd te komen spelen, want die kon dat het best.
Gevoel hoef je in de muziek niet alleen met woorden uit te drukken. Mijn vader liet achter zijn piano meer van zijn melancholie zien, dan wanneer ik hem rechtstreeks iets vroeg. Dan kreeg je een ontwijkend antwoord. Hij heeft best veel meegemaakt, zat zelfs nog in Indië, maar over die ervaringen praten kon hij niet. Dat was toen ook not done. Misschien dat daar de oorsprong ligt van het overbrengen van een gevoel met andere middelen dan alleen woorden.
Ik zing ook geen teksten waarin ik me niet kan inleven. Mij zal je nooit horen over hoe erg het was om katoen te plukken, of als hobo op treinen door Amerika te zwerven. Omdat ik dat nooit gedaan heb. Zelfs in Nederland heb ik nooit zwart in een trein gereden. Ik heb wel eens aardbeien geplukt, maar ja, om daar nou over te zingen…! Teksten moeten spontaan in mezelf naar boven komen. Dan blijven ze ook geloofwaardig.
Blues is wel vanuit een bepaalde underdog-cultuur ontstaan, maar is niet per definitie maatschappijkritisch. Daarvoor moet je bij de soul uit de jaren zestig zijn, dat had veel meer op met Black Power dan de blues. Sinds die tijd is de blues ook een beetje uit de zwarte gemeenschap verdwenen. Onder andere, omdat het niet de capaciteit had om dat protest vorm te geven. Voor mij is blues muziek van mens tot mens, zonder onderscheid naar kleur, nationaliteit of leeftijd en zonder politiek. Ik heb natuurlijk wel een politieke overtuiging, maar die leg ik niet in mijn muziek. Die uit ik op een andere manier. Daarom heb ik ook SP gestemd. Niet voor verbetering van mijn eigen positie, maar uit de overweging: “In wat voor maatschappij wil ik leven?” Ik ben geen politicus, maar ik heb natuurlijk, net als iedereen, ervaring met dagelijkse dingen. De gezondheidszorg lijkt op papier goed geregeld, maar in de praktijk klopt er niks van. Overal zijn wachtlijsten, de verzorgenden zijn overbelast. Alles wat we hebben opgebouwd met het belastinggeld waarvoor mijn vader al die jaren heeft gewerkt, wordt nu weer afgebroken.
Ik wil iedereen volstrekt gelijk behandelen. Daarom speel ik op een Rotary club, maar ook in de gevangenis. Rond Kerst en Nieuwjaar houden wij onze Jailhouse Blues Tour. Zolang wij met respect benaderd worden, maakt het mij niet uit voor wie we spelen. Hoeveel mensen luisteren ’s morgens om vier uur in een nieuwbouwwijk naar de vogeltjes? Niemand! Maar dat zal die vogeltjes een zorg zijn, die móeten zingen. Wij móeten spelen. Ook voor mensen in de gevangenis. Blues gaat daar trouwens wel een stuk dieper. Als je dan zingt “I’m so lonesome”, dan voelen ze dat echt wel. Sommigen huilen zelfs. Mooi dat dat nog kan en dat ik dat mag doen.
Maar ik loop daar niet mee te koketteren. Ik heb een hekel aan figuren die steeds opdraven zodra er zich ergens een goed doel voordoet. Als ze met “Eén voor Afrika” op TV kunnen komen, doen ze het meteen. Maar vraag ze niet ergens in een kleine club in Noord-Londen een benefiet-concertje te geven voor één Afrikaanse vrouw. Dan hebben ze het ineens te druk. Dat soort onwaarachtig gedrag kwam ik vroeger, eind jaren zeventig, op school ook al tegen. Je kon niet links genoeg zijn. Wie niet links was, hoorde er niet bij. Maar die school stond in een heel rijke wijk. Als ik naar die klasgenoten keek, wist ik dat ze over twintig jaar allemaal hartstikke rechts zouden zijn. Dat is ook uitgekomen. Het was gewoon een modeverschijnsel. Ik vond het niet overtuigend.
Na de Havo ben ik in een supermarkt gaan werken. Ik kon best goed leren, maar had er geen zin in. Ik dacht: daar buiten, in de maatschappij, gebeurt van alles en ondertussen zit ik hier met m’n neus in de boeken. Ik wilde het leven liever in de praktijk leren en in mijn eigen tempo. Dat kan nu bijna niet meer. Alles moet sneller en sneller, gedicteerd door de commercie. Het gaat steeds meer om de buitenkant. De commercie is niet geïnteresseerd in de kwaliteit of de inhoud. Als ik naar Jan Marijnissen luister, weet ik dat het iemand uit de praktijk is. Zulke mensen hebben we nodig. Niet die lui uit het old-boys-network die elkaar aan baantjes helpen. Zo’n De Hoop Scheffer heeft het leven niet meegemaakt! Wat ik bij de SP zie, is dat het om échte dingen gaat, dingen die er echt toe doen. Niks geen hoogdravend gedoe. Die duidelijkheid is belangrijk en precies dat wil ik in mijn muziek ook naar voren brengen.”
| Frank van den Bergh (36), alias “Magic Frankie”, werd geboren “op de dag dat de eerste steen voor de Berlijnse Muur werd gelegd”. Zonder dat hij een noot kan lezen, werd hij een van de meest gewaardeerde bluesmuzikanten van Nederland. Hij speelde op het North Sea Jazz Festival, deed een sessie met de legendarische BB King en was vorige maand met zijn band The Blues Disease de hoofdact op het SP-verkiezingsfeest. |
Inhoud
- Nieuws: Het Binnenhof / Aktie / Bulletin Board
- Amerika heet het land van de onbegrensde mogelijkheden. Maar wee je gebeente als je daarvan geen gebruik weet te maken. Dan dreigt de armoedeval. Jurist Bart Stapert staat de slachtoffers bij in New Orleans. “Ze hoeven niets crimineels te doen,” zegt hij, “de armoedesituatie zélf staat al garant voor een constante botsing met het systeem.”
- Interview: “Ik wil iedereen volstrekt gelijk behandelen. Daarom speel ik op een Rotary club, maar ook in de gevangenis,” vertelt Magic Frankie, rijzende ster aan het Nederlandse blues-firmament. “Zolang wij met respect benaderd worden, maakt het mij niet uit.”
- “Fraude knaagt aan de solidariteit,” zei staatssecretaris Linschoten destijds. “Daarom moeten we streng optreden.” En zo werd de Wet Boeten ingevoerd, die ieder misstapje van iedere uitkeringsgerechtigde keihard straft. De gevolgen zijn even schokkend als lachwekkend.
- De Indonesische dictator Soeharto moest opstappen. Maar de door hemzelf aangewezen opvolger Habibie is geen haar beter, zegt Nico Warouw van oppositiepartij PRD. “We zijn er nog lang niet.”
- De kwestie: Gekozen burgemeester?.
- Theo de Buurtconciërge; strip van Wim Stevenhagen
