Het grote woonplan
Nederland zit in een diepe wooncrisis. Die crisis vergroot de ongelijkheid. Heb je grond of een woning, dan kun je daar, zelfs slapend, flink aan verdienen. Heb je dat niet, dan heb je een groot probleem. Honderdduizenden zoeken nu een woning. De woonlasten worden steeds hoger. Bovendien wonen te veel mensen in een woning van slechte kwaliteit met bijvoorbeeld schimmel en vochtproblemen.
Deze wooncrisis is geen natuurverschijnsel maar het gevolg van politieke keuzes. Ooit bouwden in Nederland de beste architecten de mooiste huizen voor de werkende klasse. De overheid stak haar nek uit en investeerde flink. Maar in de afgelopen decennia is van wonen een markt gemaakt. Dat begon in 1989 met een plan van CDA-staatssecretaris Heerma om woningbouwcorporaties te privatiseren.1 In de jaren erna volgden vele kleinere en grotere stappen, waarmee wonen steeds minder een recht en steeds meer een verdienmodel werd. Tijdens Rutte II kwam dit in een grote stroomversnelling onder leiding van minister Blok. Hij verkocht sociale huurwoningen voor dumpprijzen aan (buitenlandse) beleggers die hij lokte met het vooruitzicht van hoge huren en tijdelijke huurcontracten.3 Na afloop klopte hij zich trost op de borst en verklaarde dat de ‘woningmarkt draait als een zonnetje’ en ‘Ik ben de eerste VVD’er die een heel ministerie heeft doen verdwijnen’.3 In de jaren erna werd pijnlijk duidelijk hoe diep de crisis was die met deze politiek is veroorzaakt. Maar een echte oplossing bleef uit. Ook dit kabinet gaat deze crisis niet oplossen. Minister Keijzer blijft wonen zien als markt.
Maar het kan ook anders! Een goed en betaalbaar huis voor iedereen is mogelijk. Het is tijd voor rigoureuze oplossingen. De SP is daarom een wooncampagne gestart met drie belangrijke eisen.
De SP is daarom een wooncampagne gestart met drie belangrijke eisen.
1️⃣ Een miljoen goede, betaalbare huurwoningen erbij.
2️⃣ Huurbevriezing.
3️⃣ Alle huurwoningen moeten worden ondergebracht bij verenigingen.
In deze onderbouwing lichten we onze eisen toe, leggen we uit waarom de plannen van het kabinet niet gaan
werken en hoe wonen zonder winst haalbaar en betaalbaar is.
Eis 1: Een miljoen nieuwe woningen, met een huur tot maximaal 800 euro
Als we de wooncrisis echt willen oplossen, moeten we niet zorgen voor meer woningen, maar voor meer betaalbare woningen. In 1985 was nog vier op de tien woningen een corporatiewoning, nu is dat minder dan een derde. Twee derde van alle gemeenten zit op dit moment onder de 30 procent sociale huur, één op de zeven haalt zelfs de 20 procent sociale huur niet. Juist in gemeentes met weinig sociale huur wordt weinig sociale huur bijgebouwd.
Tussen 2020-2023 was in slechts 51 van de 342 gemeenten 30 procent van de nieuwbouwwoningen een corporatiewoning. In 34 gemeenten kwam er geen enkele corporatiewoning bij, in 108 gemeenten was 10 procent of minder van de nieuwbouw een corporatiewoning. Wanneer je wilt zorgen dat alle gemeenten minimaal 30 procent aan sociale huurwoningen heeft, zul je circa een miljoen sociale huurwoningen moeten realiseren.
Iedereen heeft recht op een goed en betaalbaar huis. Daarom investeren we in een miljoen extra betaalbare duurzame huurwoningen voor lage en middeninkomens. In plaats van dure koop- en huurwoningen kiezen we voor de bouw van woningen met een huurprijs tot €800.
Voor velen
Veel woningzoekenden komen nu niet in aanmerking voor een sociale huurwoning omdat hun inkomen (net) te hoog is. Tijdens Rutte II heeft minister Blok de inkomensgrenzen verlaagd, waardoor mensen wel op de vrije markt moesten huren, waar verhuurders flink aan konden verdienen. Na decennia van neoliberaal woonbeleid denken velen dat sociale huur er alleen maar kan zijn voor de allerlaagste inkomens. Dat dit onzin is en het zelfs beter is om juist te zorgen dat ook (hogere) middeninkomens in een sociale huurwoning kunnen wonen, laat Wenen zien.Alleen de hoogste 25 procent van de inkomens komen er niet in aanmerking voor sociale huur.Wij willen dit ook in Nederland (her)invoeren en de beste architecten weer de beste woningen laten ontwerpen.

Maak grond betaalbaar
Voor onze bouwplannen is betaalbare grond nodig. Gemiddeld 60 procent van de huizenprijs wordt nu bepaald door de grondprijs. Per jaar maakt alle grond waarop woningbouw plaatsvindt gezamenlijk een waardesprong van maar liefst zes miljard euro, volgens een (voorzichtige) schatting van Brink. Een tussenhandelaar die niets deed maakte 74 procent winst in één jaar. Private winst op grond zorgt voor stagnatie van de bouw, tekorten bij gemeenten en te dure woningen. De grootste twintig projectontwikkelaars worden steeds dominanter en machtiger. Een kwart van de verkochte nieuwbouwwoningen werd vorig jaar op één van hun bouwkavels gebouwd. In ruim 80 procent van de gemeenten hebben grote projectontwikkelaars grond in handen. In heel Nederland zijn er 71 gemeenten waarin maar één grote ontwikkelaar alle grondposities in eigendom heeft. We moeten de macht van grondeigenaren hard aanpakken. Daarom pakken we speculatie aan, romen overwinsten af, zorgen voor grond in publiek bezit en onteigenen indien noodzakelijk om tot de bouw van betaalbare woningen te komen.

Stop woonwinstmakers
Geld voor wonen moet terechtkomen bij huurders, niet bij woonwinstmakers zoals nu. We schaffen de winstbelasting en de belasting voor belastingontwijkende multinationals, ATAD, die corporaties nu betalen, af. De wooncrisis is zó groot dat de rijksoverheid moet meer investeren om die op te lossen.
Met ons plan geven we woningbouwverenigingen weer een centrale rol om te bouwen voor lage en middeninkomens. Ook kunnen gemeenten zelf bouwen, net als groepen bewoners verenigd in wooncoöperaties. Dat het mogelijk is om elke jaar weer veel goede en betaalbare huurwoningen te bouwen laat onze geschiedenis zien. Tussen 1964 en 1990 kwamen er jaarlijks tussen de 100.000 en 150.000 woningen bij. Pas toen de Rijksoverheid van wonen een markt maakte en niet meer zelf de verantwoordelijkheid nam, daalde de bouw van het aantal betaalbare woningen enorm.

Stop leegstand
64.000 woningen in Nederland staan langer dan een jaar leeg. Bovendien is er veel leegstand in kantoren en andere gebouwen, in totaal 16 miljoen vierkante meter in 226.000 panden. Leegstand moet beter worden aangepakt en langdurig leegstaande woningen moeten geschikt gemaakt worden voor bewoning. Juist voor de vele jongeren die nu geen woning kunnen vinden, kan dit een goede oplossing zijn.
Koop woningen op
Sociale huurwoningen zijn het afgelopen decennium bewust in de uitverkoop gedaan. Minister Stef Blok verkocht sociale huurwoningen voor dumpprijzen aan beleggers met de belofte dat die er goed aan zouden kunnen verdienen. Huurders zijn hiervan de dupe. Ze betalen meer, voor niet zelden een minder goed onderhouden woning. Met een opkoopfonds zorgen we dat deze woningen weer verhuurd worden zonder winstoogmerk.
Bouw voor ouderen
Ook de bouw van geschikte ouderenwoningen stokt. De SP heeft een breed gedragen plan voor de bouw van zorgbuurthuizen. Dat zijn kleinschalige zorgvoorzieningen waar ouderen kunnen wonen en oud kunnen worden in hun eigen buurt of dorp. Ook voor ouderen die geen zorg nodig hebben, dienen betaalbare en geschikte woningen te worden gebouwd.
Gebruik woningen beter
We zorgen ook voor meer betaalbare woningen door bestaande woningen beter te gebruiken. Splitsen en optoppen van woningen kan een oplossing zijn, mits in samenspraak met de buurt en zonder dat het een verdienmodel wordt. Uit onderzoek blijkt dat de potentie van splitsen zeer groot is. Zo toonde BLG Wonen aan dat er 500.000 woningen toegevoegd kunnen worden buiten de vier grote steden door woningen groter dan 150m2 met één of twee bewoners te splitsen. Op deze manier kunnen we in villawijken met een eenzijdige bevolkingsopbouw betaalbare huurwoningen toevoegen.
Aanpak tweede, derde en zoveelste woning
Terwijl velen geen huis hebben, hebben anderen een tweede, derde of zoveelste huis. In 2020 kocht ruim vijf procent, zo’n één op de 20 huishoudens een tweede woning. Vooral in toeristische gebieden zorgt dit ervoor dat mensen moeilijk aan een woning komen. Barcelona gaat daarom de toeristische verhuur van woningen verbieden, waardoor er woningen vrijkomen voor inwoners. Het hoger belasten van tweede en derde woningen en het lokaal invoeren van een vakantieverhuurverbod van woningen zijn dan ook goede ideeën.

Eis 2: Huurbevriezing
De woonlasten in Nederland behoren tot de hoogste in Europa. Huurders zijn relatief duurder uit dan kopers. De totale woonlasten als percentage van het besteedbaar inkomen komen voor huurders in 2021 uit op gemiddeld 36,3 procent. Voor jongeren zijn de woonlasten gemiddeld het hoogst. Jongeren tussen de 18 en 25 jaar gaven in 2021 53,3 procent van hun inkomen uit aan wonen.
Terwijl de woonlasten voor velen al te hoog waren, is het afgelopen jaar een record huurverhoging doorgevoerd. Dit jaar volgt een nieuw record. Per 1 januari mochten de vrije sector-huren met 4,1 procent omhoog en de middenhuur met maar liefst 7,7 procent. Per 1 juli mogen de sociale huren met 5 procent stijgen.
Wij willen een huurbevriezing. Dat dat kan lieten we zien in 2021. Samen met huurders dwongen we toen een huurbevriezing af.
Dikwijls horen we dat huurbevriezing niet kan, omdat corporaties dan niet kunnen bouwen en verbeteren. Maar juist in het woonwalhalla van Europa, Wenen, betalen mensen gemiddeld maar 18 procent van hun inkomen aan huur én worden prachtige nieuwe wooncomplexen gebouwd.
Het bevriezen van de huur van corporatiewoningen kost ca. 950 miljoen. Met afschaffing van de winstbelasting en de ATAD, een belasting voor belastingontwijkende multinationals, kunnen we de huurbevriezing dekken en houden corporaties volgend jaar evenveel over.
Eis 3: Alle huurwoningen ondergebracht bij verenigingen
Bewoners en toekomstige bewoners moeten meer zeggenschap krijgen over hun huis en buurt. We leven te veel langs elkaar heen. Zeggenschap over je eigen huis en buurt brengt mensen samen. We maken van corporaties weer verenigingen op een schaal die past bij de huurders.
Stop de sloop
Er worden nu veel te veel goede woningen gesloopt zonder dat huurders dat tegen kunnen houden. In de huidige plannen slopen corporaties tot 2035 93.009 sociale huurwoningen. Sloop en nieuwbouw is voor veel woonwinstmakers een verdienmodel. Voor corporaties is het vanwege de hoge grondprijzen nu ook te vaak lucratiever om te slopen en vervolgens te bouwen op eigen grond. Maar dat is lang niet altijd in het belang van huurders. Erfgoed gaat verloren. Bovendien is sloop en nieuwbouw veel minder duurzaam dan renovatie. Architecten laten zien dat renovatie niet alleen kan, maar ook een betere oplossing is dan sloop. Wij willen daarom een recht op renovatie.
Stop schimmel
Volgens het meest recente woononderzoek Nederland (WoON) heeft ongeveer één op de vier huishoudens in een private of corporatiehuurwoningen last van schimmel en vochtproblemen. In totaal heeft meer dan een miljoen woningen in Nederland last van dergelijke klachten. Sociale huurders die hier last van hebben, kunnen weliswaar naar de Huurcommissie, maar als ze in het gelijk worden gesteld krijgen ze alleen huurverlaging. Het afdwingen van een aanpak is nu niet direct mogelijk. De positie van huurders bij een private partij is nog zwakker: zij moeten vaak naar de rechter. Met ons plan, waarbij huurders weer huren van een vereniging, maken we ook de aanpak van slechte woningen en het verduurzamen van woningen afdwingbaar.
Stop de verkoop
Ondanks de wooncrisis en het grote tekort aan betaalbare woningen verkopen corporaties nog steeds woningen. De komende tien jaar verkopen corporaties nog 50.092 sociale huurwoningen en 5.504 middenhuurwoningen. In plaats van woningen te verkopen zouden er juist woningen teruggekocht moeten worden. Huurders moeten zeggenschap krijgen over de verkoop van hun woningen.
Bouw naar behoefte
Door huurders en woningzoekenden zeggenschap te geven kan er veel beter gebouwd worden naar behoefte. Nu is vaak het rendement dat gemaakt kan worden nog leidend. Zo worden er veel eengezinswoningen gebouwd, terwijl uit de Primos-prognose blijkt dat het bij 70 procent van de groei van het aantal huishoudens gaat om eenpersoonshuishoudens. De huidige plannen bestaan volgens ABF Research voor het merendeel uit eengezinswoningen.
Leven de wooncoöperatie
Steeds meer bewoners richten hun eigen vereniging op om samen woningen te bouwen of te beheren. Bewoners van de Roggeveenstraat in Den Haag bijvoorbeeld wisten sloop te voorkomen en zorgden zelf voor de renovatie van hun woningen. Dit is geen nieuw idee. In 1901 was ongeveer de helft van de woningbouwverenigingen een coöperatie en de meeste waren opgericht door arbeiders. Lange tijd was dit niet mogelijk, nu wel maar het is nog erg ingewikkeld. Wij komen met een wet om het oprichten van een eigen woonvereniging makkelijker te maken.