We verlagen de AOW-leeftijd naar 65 jaar, zodat iedereen vanaf 65 jaar kan stoppen met werken. Eventuele overgangsproblemen worden gecompenseerd.
Als ouderen het willen, moet het mogelijk zijn om aan het arbeidsproces te blijven deelnemen. Voor hen moeten dan wel dezelfde rechten en plichten gelden als voor alle werkende mensen, zodat er geen verdringing plaatsvindt. Het inkomen van ouderen dient de koopkrachtontwikkeling van de werkende mens te volgen, zodat ook ouderen kunnen profiteren van welvaartsontwikkelingen.
De SP vindt dat in de besturen van pensioenfondsen ook vertegenwoordigers van gepensioneerden thuishoren. De besturen moeten dan bestaan uit 1/3 werknemers, 1/3 werkgevers en uit 1/3 vertegenwoordigers van gepensioneerden.
Pensioenen zijn geen Europese bevoegdheid. We hebben in Nederland een stelsel opgebouwd, waarbij zowel werkgevers als werknemers betrokken zijn. Europese initiatieven die erop gericht zijn om meer marktwerking in te voeren en alleen de werknemers verantwoordelijk te maken voor hun pensioenopbouw, zijn onacceptabel.
Bij werkloosheid hebben mensen recht op een werkloosheidsuitkering. De SP is tegenstander van de verslechteringen in de duur en hoogte van de WW. Aan artiesten met flexibele contracten en tijdelijke producties moeten lagere eisen worden gesteld voor een WW-uitkering, zodat ook zij nog aanspraak daarop kunnen maken.
De SP houdt de ontslagbescherming intact. De sollicitatieplicht wordt afhankelijk van de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk. Het automatisch opleggen van een sollicitatieplicht aan 60-plussers verdwijnt dus.
We willen geen Europese bemoeienis met ons arbeids- en ontslagrecht en sociale voorziening.
