Het ministerie van VROM had al in juni 1997 maatregelen moeten nemen om paal en perk te stellen aan de gangbare praktijk dat milieu-adviesbureaus samen met hun opdrachtgevers de conclusies van hun onderzoek mooier voorstellen dan de werkelijkheid is. SP-kamerlid Remi Poppe wil opheldering hierover van minister Pronk, naar aanleiding van het vandaag gepubliceerde rapport Wie betaalt bepaalt van de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond. DCMR concludeert dat regelmatig analyseresultaten worden aangepast, bodemmonsters niet op de vervuilde plaatsen worden genomen en afvalstoffen worden omgevormd tot nuttig toepasbaar materiaal.
Op 3 juni 1997 stelden Poppe en een aantal collega-kamerleden schriftelijke vragen naar aanleiding van een onderzoek van GPD-journalist Henk van Ess. Van Ess stuitte op soortgelijke praktijken als nu de DCMR gestuit is. Zo bleken de analyseresultaten van identieke bodemmonsters bij verschillende laboratoria fors te verschillen. Minister De Boer erkende destijds dat door de prijzenslag tussen de adviesbureaus de kwaliteit onder druk stond, maar voelde er niets voor om het opdrachtgeverschap of de uitvoering van bodemonderzoek in publieke handen te brengen.
De oorzaak van het gerotzooi met bodemonderzoek is volgens de SP deels gelegen in de prijzenslag die al jaren woedt bij de milieulaboratoria.
Verder is er geen wettelijke verplichting dat de bodemmonsters door een onafhankelijk publiek orgaan (bijvoorbeeld een milieudienst van de overheid) genomen worden.
Bovendien is het niet verboden om een grondonderzoek meerdere keren uit te voeren en vervolgens het gunstigste resultaat in te dienen voor de milieuvergunning of schoongrondverklaring.
Tenslotte hebben gemeenten er vaak financiëel belang bij om bij gesjoemel de andere kant op te kijken, terwijl de provincies hun controlerende taak ondergeschikt maken aan hun wens de gemeenten te vriend te houden. De SP vermoedt overigens dat ook bij andere soorten milieu-onderzoek, zoals het geluidsonderzoek voor de Betuwelijn, de opdrachtgever een flinke vinger in de pap heeft bij het bepalen van het resultaat.
Het DCMR-onderzoek toont naar de mening van de SP zonneklaar aan dat marktwerking bij milieu-onderzoek de doelstellingen van de wetgever ondermijnt en dat die ruimte biedt voor het bijkleuren van onderzoeksresultaten.
Poppe wil daarom dat zijn suggesties voor onafhankelijker milieu-onderzoek, al gedaan in juni 1997, nu eindelijk eens serieus onderzocht worden.
