De Tweede Kamer nam vandaag met grote meerderheid een motie aan van SP’er Jan Marijnissen, waarin minister Borst wordt gemaand snel met een effectief verbod op voorrangszorg te komen. Alleen VVD en CD stemden tegen.
Begin maart presenteerden de werkgevers, werknemers en organisaties in de gezondheidszorg een plan van aanpak voor het tegengaan van wachtlijsten. Zij spraken zich uit tegen het ontstaan van tweedeling in de zorg. Toch kon Marijnissen de Kamer een hele reeks voorrangsinitiatieven opsommen, waarbij werknemers van bedrijven met collectieve verzekeringen eerder geholpen worden dan anderen.
Nu zowel de minister als de Tweede Kamer en alle betrokken gezondheidsorganisaties hebben laten weten dat dit niet de bedoeling is, leek het Marijnissen voor de hand liggend in een motie de regering te verzoeken daadwerkelijk een einde te maken aan deze initiatieven. “Hoe de minister dat wil doen moet ze zelf uitzoeken, maar als ze er niet uitkomt wil ik haar graag een handje helpen,” aldus Marijnissen.
Om de motie te ontlopen beloofde Borst nog de betrokken bedrijven en ziekenhuizen streng toe te spreken en “er zonodig met de Grondwet in de hand een zaak van te maken”. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat Borst zich in krachtige bewoordingen uitlaat om vervolgens géén concrete stappen te ondernemen. Ook nu liet zij weten dat “niet alle initiatieven foute boel zijn, dat ze allemaal stuk voor stuk moeten worden bekeken en dat de sector aan zelfreiniging moet doen”.
Nu de motie van de SP is aangenomen, ziet zij zich echter geconfronteerd met een kamerbrede eis om snel met doeltreffende maatregelen te komen en niet langer te talmen. Marijnissen: “Daar zullen we haar aan blijven herinneren. Dit is de duidelijkste uitspraak van de Kamer tot nu toe en ik ga er dan ook van uit dat Borst nu snel korte metten zal maken met de voorrangszorginitiatieven.”
Zie ook het Tribune-artikel over de wachtlijstomzeilende initiatieven.
