Politicoloog Ruud Vlek schrijft spijkerhard proefschrift over afbraak sociale zekerheid
Sloop, koude saneringen en botte bijlen
Toekomstverwachting: het wordt nog slechter
Hoe heeft het in hemelsnaam kunnen gebeuren dat de Nederlandse sociale zekerheid, het paradepaardje van vakbeweging en PvdA, in nog geen 20 jaar tijd volledig is uitgehold? Verbijstering over die afbraak van de verzorgingsstaat en de vraag hoe daar tegenspel tegen te bieden, was voor politicoloog Ruud Vlek aanleiding om een proefschrift te schrijven over de politieke belangenstrijd en belangenbehartiging van uitkeringsgerechtigden. In ruim 700 pagina’s geeft hij minutieus aan hoe de afbraak is verlopen en welke rol vakbeweging en politiek daarbij hebben gespeeld. Vlek spaart ze niet. In zijn beoordeling als lid van de promotie-commissie verklaarde professor en voormalig PvdA-minister Ed van Thijn: “Schokkend is het om te lezen hoe met name PvdA en FNV hun traditionele aanhang in de kou hebben laten staan en hoe de PvdA daarvoor structureel de electorale rekening gepresenteerd kreeg. Een spijkerhard, maar goed gedocumenteerd oordeel.”De jaren ’70 zijn de bloei-jaren van de sociale zekerheid. Met de invoering van de AAW in 1976 en de wettelijke koppeling van uitkeringen en lonen in 1979 bereikt het stelsel zijn hoogtepunt. De eerste donderwolken zijn dan al zichtbaar. Begin jaren ’80 breekt het noodweer los. Stap voor stap gaan de uitkeringen omlaag. Tot een ingrijpende wijziging van het systeem komt het echter niet. Ook de “stelselwijziging” van 1 januari 1987 houdt geen echte breuk in met het verleden. De economische opleving van eind jaren ’80 brengt even lucht. Maar vanaf 1991 gaat de botte bijl er weer in. Met de uitholling van de WAO wordt in dat jaar een principiële grens overschreden. Wijzigingen in de voorzieningen voor gehandicapten, zieken en weduwen bevestigen vervolgens het beeld: de landelijke overheid trekt zich terug. Het verschaffen van zekerheid wordt meer en meer gedentraliseerd naar de gemeenten en de commerciële verzekeraars. In de woorden van Ruud Vlek: “De laatste zes jaar is gekozen voor keiharde kwalitatieve ingrepen. Individuele verzekering is voor veel groepen onmogelijk. Wat we nu zien, is dus een absolute verslechtering.”
“Je ziet dat de vakbond zich stilhoudt als de PvdA in de regering zit”
De afbraak is niet zonder slag of stoot gegaan. Pagina’s lang geeft het proefschrift van Vlek een opsomming van bezettingen, manifestaties en ludieke acties. Dat ze – samen met de meer zeldzame stakingen – weinig succes opgeleverd hebben, wijt Vlek aan de “ijzeren regeerakkoorden” in de jaren 80 en aan de huidige verwarrende situatie, waarin geen enkele grote partij nog wenst op te komen voor de uitkeringsgerechtigden. In zijn proefschrift behandelt Vlek vier mogelijke tegenkrachten tegen de afbraak: vakbeweging, politieke partijen, organisaties van uitkeringsgerechtigden en “zaakwaarnemers” zoals kerkelijke organisaties en welzijnsinstellingen. Hoe zit het met die eerste twee? Waar hebben vakbeweging en politiek het laten afweten?Vlek is van mening dat de vakbeweging haar krachten sterker had kunnen mobiliseren dan ze gedaan heeft. “Als je kijkt wanneer ze werkelijk actie heeft gevoerd, dan was dat in 1983, een beetje in ’86, de grote demonstratie op het Museumplein in ’88 en in ’91 bij de ingreep in de WAO. Daarna is de vakbeweging akkoord gegaan met de EMU, waarmee ze zich vastgelegd heeft op de bijbehorende bezuinigingspolitiek. Ook heeft ze ingestemd met het ontkoppelen van de uitkeringen en de lonen en heeft ze verzuimd het verzet te mobiliseren tegen de afschaffing van de Ziektewet. Stekelenburg (oud-voorzitter FNV) heeft na de onderhandelingen over Paars, met de enorme bezuinigingen op sociale zekerheid die zó overgenomen zijn uit het VVD-program, wel die bezuinigingen betwist, maar geen actie ertegen aangekondigd. De vakbeweging maakt veel mooie nieuwe nota’s, maar actie voeren tegen werkelijke verslechteringen: nee. Je ziet dat de vakbeweging zich stil houdt als de PvdA in de regering zit. Ik concludeer dat die opstelling de positie van de werknemers niet versterkt, maar juist verzwakt.
Zo’n 28 procent van de werknemers is georganiseerd in de vakbeweging. Van de WAO’ers geldt dat maar voor acht procent. Dat betekent dat de andere 20 procent (ruim twee derde van alle georganiseerde gehandicapten) is afgehaakt. Dáár zou de FNV eens over moeten nadenken. De vakbeweging zou een duidelijk program moeten hebben voor het behoud van de sociale zekerheid en het herstel van lacunes daarin. En dat niet alleen voor werknemers en hun toekomstige rechten, maar ook voor de huidige uitkeringsgerechtigden.”
Wie een beroep doet op de overheid moet dus maar even slikken. Nou ja even… heel lang!
In 1985 zei 63 procent van de arbeidsongeschikten op de PvdA te gaan stemmen. Rechts regeerde en de PvdA wees standvastig alle aanslagen op de uitkeringen af. Tussen 1979 en 1989 stemde ze in de Tweede Kamer slechts één keer in met een verslechtering van de sociale zekerheid. Eenzelfde telling over de periode 1991 tot 1997 levert een heel ander beeld op. De PvdA stemt dan 19 keer vóór een wet die de sociale zekerheid inperkt en is daarmee koploper onder de partijen. CDA en VVD komen niet verder dan 15 afbraakmaatregelen. Vlek spreekt in zijn proefschrift van een “bizar hoge afbraakscore” voor de PvdA. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?Vlek: “De politiek heeft de prioriteit gelegd bij terugdringing van het financieringstekort. Dat bracht een pricipiële beleidswijziging met zich mee. In plaats van solidariteit met uitkeringsgerechtigden ging men over tot systematische uitholling van hun rechten. In de jaren 90 heeft de PvdA deze lijn van de CDA/VVD-kabinetten overgenomen. Inkrimping van de overheidsuitgaven kreeg prioriteit. Wie een beroep moest doen op de overheid, moest dus maar even stikken. Nou ja even… heel lang!
De PvdA heeft in feite tegen een grote groep uitkeringsontvangers gezegd: Wij komen niet meer voor jullie op. Als je kijkt in de periode vóór en ook een beetje nog tijdens de WAO-crisis, dan is de stemming – voor een deel ook in de partijtop -: Wij moeten die uitkeringsgerechtigden niet loslaten. Dat is nu helemaal voorbij.”
De PvdA liet niet alleen de uitkeringsontvangers los, omgekeerd gebeurde dat ook. In 1989 haalt de PvdA 49 kamerzetels, in 1994 nog maar 37. Een verlies van twaalf zetels, een kwart van het totaal. Onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau noteerden medio jaren tachtig scores van 60 tot 70 procent voor de PvdA onder arbeidsongeschikten en werklozen. In 1993 haalt de partij onder deze groepen nog maar zo’n 21 tot 22 procent. Bij de verkiezingen in ’94 zijn veel WAO’ers uitgeweken naar D66, dat steeds afstand genomen had van de WAO-maatregelen. Ook zijn veel uitkeringsontvangers thuis gebleven.
Vlek concludeert dat partijen het zich eigenlijk niet kunnen permitteren langdurig afstand te nemen van de uitkeringsgerechtigden. “Zodra een partij ter linkerzijde fors wint, of de vakbeweging fel opponeert, moet de PvdA wel iets doen. Partij-concurrentie werkt wel degelijk om grote partijen onder druk te zetten. Het probleem is alleen dat het pas achteraf werkt.” Van eigen partijen voor uitkeringsontvangers verwacht Vlek weinig. “Een WAO-partij is denkbaar, gezien het aantal WAO’ers. Maar zo’n partij zal te veel verdeeld zijn om tot een samenhangende organisatie te komen. Dat zie je ook bij de ouderenpartijen, die overigens aangetoond hebben dat ook rechtse partijen rekening moeten houden met de uitkeringsontvangers. Het CDA heeft er in 1994 de rekening voor gepresenteerd gekregen dat de partij langdurig niet gevoelig geweest is voor de eisen van de ouderen.”
De 740 pagina’s proefschrift maken overdonderend duidelijk hoevéél er afgebroken is – en hoe weinig het verzet daartegen heeft uitgehaald. Wie uitzicht zoekt op betere tijden, vindt weinig van zijn gading. Dat blijkt ook uit de typeringen die Vlek aan de komende periode meegeeft. Ze variëren van “Sloop en renovatie” tot “Koude sanering”. Vlek: “Ik wilde bij de les blijven en geen onrealistische inschattingen geven of utopische perspectieven schetsen.”
Ruud Vlek: Inactieven in actie, belangenstrijd en belangenbehartiging van uitkeringsgerechtigden in de Nederlandse politiek 1974 – 1994. ISNB 90.0190517X In de boekhandel 84,50 gulden. Voor uitkeringsontvangers rechtstreeks te bestellen bij Ruud Vlek voor 55 gulden, inclusief verzendkosten. Telefoon (020) 627 90 24.
De hete WAO-zomer van 1991Hoe gaat het verder met de WAO? Dat is in 1991 inzet van een heftige politieke discussie. Moeten er maatregelen komen om de kans op arbeidsongeschiktheid en daarmee instroom te beperken, of moet er gesneden worden in de hoogte en de duur van de uitkering? Op zaterdag 13 juli hakt het kabinet in een kwartiertje de knoop door. De ministers stemmen in met een PvdA-voorstel om de duur van de WAO-uitkering te beperken. In de aansluitende persconferentie zegt minister Kok van Financiën: “Ik ben verheugd over dit goede en evenwichtige pakket. De hoogte van de uitkeringen is niet aangetast, alleen de duur. Dat is sociaal heel goed verdedigbaar.” Toenmalig PvdA-fractievoorzitter Wöltgens verklaart dat de aanpak van het kabinet “in principe steun verdient.”Vanaf maandag 15 juli dringt het besluit door tot de verbijsterde rest van Nederland. De kroonleden in de SER concluderen verbaasd dat de PvdA hun voorstel “rechts heeft gepasseerd” door te kiezen voor duurbeperking, wat zij zien als stap in de volledige afschaffing van de WAO. De ambtenarenbond AbvaKabo kondigt onmiddellijk stakingen aan. De PvdA-fractie wordt overspoeld met boze telefoontjes en na enkele dagen onrust meet het NIPO een historisch lage score voor de PvdA: 13,7 procent, slechts 21 zetels. In het spoeddebat in de Kamer op 28 augustus komt de regering met een bijstelling. De pijn voor de WAO’ers onder de 50 jaar wordt iets verzacht, maar in ruil daarvoor moet de koppeling tussen lonen en uitkeringen ingeleverd worden. De PvdA gaat akkoord en Kok blijft aan als minister van Financiën, hoewel hij vier dagen eerder over de ontkoppeling had gezegd: “Dat maak ik niet mee.” Prinsjesdag 1991 is het toneel van massale actie in het hele land. Bureau InterView schat dat 22 procent van alle werkenden deelneemt aan een of andere vorm van actie. De vakbeweging meldt een half miljoen deelnemers en spreekt van de grootste actie in haar geschiedenis. FNV-bestuurder Draijer voorspelt: “Onze voortgaande acties zullen het kabinet doen struikelen.” Daar komt echter niets van terecht. Er volgen twee actieweken waarin ruim 23.000 werknemers deelnemen aan estafette-stakingen van meestal één dag, plus een manifestatie op het Malieveld die een kleine kwart miljoen deelnemers trekt. Dan begraaft de vakbeweging de strijdbijl. Inmiddels heeft de PvdA ook intern orde op zaken gesteld. Op een speciaal congres verdedigt partijleider Kok de maatregelen ten volle en eist hij de steun van de afgevaardigden – anders stapt hij op. De dreiging helpt. De PvdA kiest vóór Kok en vóór voortzetting van de regeringsdeelname. En tégen de uitkeringsgerechtigden. Vrij Nederland concludeert dat de PvdA een deel van de “onderkant van de samenleving” heeft afgeschreven. In peilingen kort na het congres komt de partij op 23 kamerzetels, minder dan CDA, VVD of D66. |
Kabinet-Lubbers/Kok bezuinigingskampioenBezuinigingen op de sociale zekerheid door de verschillende kabinetten: |
Den Uyl | ’73-’77 | 250 miljoen | Van Agt I | ’77-’81 | 4.227 miljoen | Van Agt II/III | ’81-’82 | 1.218 miljoen | Lubbers I | ’83-’86 | 10.203 miljoen | Lubbers II | ’86-’89 | 2.430 miljoen | Lubbers/Kok | ’90-’94 | 13.062 miljoen | Kok* | ’95-’96 | 9.851 miljoen | Totaal | ’73-’96 | 41.241 miljoen | * In de eerste twee jaar van zijn regeerperiode | Onbetwist bezuinigingskampioen is het kabinet-Lubbers/Kok. Over zijn hele regeerperiode gerekend is het kabinet-Kok nummer 2, gevolgd door Lubbers I. Vlek concludeert op grond hiervan dat sociale bezuinigingen zich in veel ruimere mate mét, dan zonder de PvdA laten doorvoeren. |
Inhoud
- Nieuws: Het Binnenhof / Aktie / Bulletin Board
- Raadsverkiezingen: oogsttijd voor de SP. De partij van de tomaat heeft er het volste vertrouwen in dat de 126 raadszetels uit 1994 dit jaar met 50 zullen toenemen. Een ronde door het land laat zien waarop dat vertrouwen berust.
- Interview: “Het is tobben voor een liberale jongen als ik,” zegt duizendpoot Jos Brink. “Over Bolkestein kan ik absoluut geen grappen maken. Over Paars trouwens ook niet. Wat dat betreft ben ik blij dat ik geen cabaret meer doe.”
- Campagnenieuws: In een bomvol Spant in Bussum stelde het SP-congres het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst voor de kamerverkiezingen van 6 mei vast. De Tribune was erbij en stelt u voor aan de top-12 van de landelijke lijst.
- Ruud Vlek promoveerde op een wetenschappelijk onderzoek naar de afbraak van de sociale zekerheid. Zijn bevindingen zijn onthutsend. En het wordt alleen nog maar erger, voorspelt hij.
- De kwestie: Witte werksters.
- Gastcolumn: De stootjes van Fred Lardenoye.
