Voor de Ossi’s valt er niets te vieren!
Duitsland vierde deze maand de tiende verjaardag van de ‘hereniging’. In oktober 1990 ging de DDR op in de Bondsrepubliek en dus moest er champagne vloeien. Een volksfeest werd het echter allesbehalve. Logisch, want voor de gewone man heeft de samensmelting weinig goeds gebracht. Met name de Oostduitsers hadden weinig zin in festiviteiten. Waarom zouden ze ook? Tot nu toe plukte alleen het bedrijfsleven de vruchten van de Wende.
|
Tekst Rob Janssen |
‘Niet afzonderlijke personen maar ‘de zaak’ moet in het middelpunt staan. Daarom zal ik niet deelnemen aan de festiviteiten.’ Dat schreef ex-bondskanselier Helmut Kohl aan Kurt Biedenkopf, de minister-president van de deelstaat Sachsen. Biedenkopf had Kohl uitgenodigd om op de tiende verjaardag van de Duitse hereniging in Dresden een rede te houden. Maar toen hierover binnen Kohl’s eigen CDU een hevige discussie ontstond, was de lol er blijkbaar af voor de door smeergeld-affaires geteisterde voormalige politicus. En zo ontbrak ironisch genoeg op de tiende Tag der deutschen Einheit een stralend middelpunt: de man die nog steeds door velen Kanzler der Einheit genoemd wordt.
Een stralend middelpunt was echter niet het enige dat mankeerde. Eigenlijk was er zelfs geen enkele reden tot feestvieren. Tien jaar Duitse eenheid hebben namelijk bijzonder weinig opgeleverd dat tot vreugde stemt. Sterker nog, vooral voor de bevolking in de vijf oostelijke deelstaten (Sachsen, Sachsen-Anhalt, Thüringen, Brandenburg en Mecklenburg-Vorpommern) is de aanvankelijk zo bejubelde ‘reünie’ uitgedraaid op een bittere desillusie. Een kleine greep uit de realiteit: torenhoge werkloosheid (17,8 procent), een sterke bevolkingsafname en een dramatische afkalving van het universitaire en wetenschappelijke leven. Dat hadden ze zich in de vroegere DDR geheel anders voorgesteld.
Nog voordat de hereniging een feit was had een aantal aasgieren uit het Westduitse bedrijfsleven de buit al binnen
Toen op 9 november 1989 de Berlijnse Muur viel, waren de verwachtingen hoog-gespannen. Voor zeventien miljoen Oostduitsers gloorden westerse welstand en vrijheid aan de horizon. In het Oostblok was de DDR de trouwste vazal van de Sovjet-Unie en onder staatschef Erich Honecker was alles erop gericht om dat vooral zo te houden. Dus begluurde en bespioneerde de beruchte veiligheidsdienst Stasi de bevolking tot in het belachelijke om ‘verdacht’ gedrag te signaleren en elke vorm van kritiek op het communistische regime in de kiem te smoren. Nu beloofde Kohl die Oostduitsers Freiheit en gouden bergen. Binnen drie tot vier jaar zouden ze onder andere dezelfde levens- en arbeidsvoorwaarden hebben als in het Westen. Die belofte ging erin als zoete koek. Vandaar dat de bevolking zich tijdens de eerste vrije verkiezingen in de DDR (de Volkskammerwahl van 18 maart 1990) uitsprak voor de snelle herenigingkoers die Kohl’s CDU propageerde. Al op 3 oktober van datzelfde jaar was de nieuwe, uitgebreide Bondsrepubliek geboren.
Op dat moment waren er echter al de nodige beslissende veldslagen aan het economische front uitgevochten. Het Westduitse bedrijfsleven had zich als een zwerm aasgieren op de nieuwe deelstaten gestort en nog voordat de hereniging een feit was, had een aantal van hen de buit al binnen. Enkele dagen na de verkiezingen ‘regelde’ het Westduitse energiekartel (onder meer bestaande uit reuzen als PreussenElektra en RWE) bijvoorbeeld tussen neus en lippen door zijn stroom-monopolie in het Oosten. Binnen een jaar stegen de energieprijzen naar westers niveau. Geschrokken en verontwaardigd vergeleken de burgers in de ex-DDR die handelwijze met modern kolonialisme. Zonder te weten dat de energie-deal slechts een voorproefje was van wat hen nog meer te wachten stond.
De handelwijze van de Westfirmen was simpel: overnemen, stilleggen, failliet verklaren en het marktaandeel toe-eigenen.
De zogenaamde Treuhand-Anstalt werd in het leven geroepen om de centraal georganiseerde economische structuur van Oost-Duitsland naar de markteconomische maatstaven van West-Duitsland te transformeren. Meer dan 8000 volkseigene bedrijven (VEB) en massa’s onroerend goed moesten snel en radicaal geprivatiseerd worden, naar verluidt omdat ze in de markteconomie anders niet zouden kunnen overleven. Het bleek een bedrieglijk eufemisme. ‘Pionierwerk zoals in het Wilde Westen,’ schreef de toen-malige Treuhand-chef Klaus Schucht in zijn onlangs door Der Spiegel gepubliceerde dagboeken. ‘Bijna alle Westduitse geïnteresseerden komen met de meest aanmatigende en brutale eisen. Niemand geneert zich of voelt zich geremd om op deze meedogenloze manier de staatskas leeg te plunderen. Want om iets anders gaat het hier niet,’ tekende Schucht op. Westduitse bedrijven zagen in de nieuwe deelstaten een enorme nieuwe afzetmarkt en de hele Oostduitse industrie en handel kwam via Treuhand binnen de kortste keren in Westduitse handen. Duizenden, vaak goed lopende en technisch hoogstaande ondernemingen werden ‘gesaneerd’. Meestal was de handelwijze van de Westfirmen simpel: overnemen, stilleggen, failliet verklaren en het marktaandeel toe-eigenen. Het duurde dan ook niet lang of er waren geen Oostduitse producten meer in de winkels te vinden. De voorwaarden hiervoor had de regering-Kohl al voor de eenwording gecreëerd: als op 1 juli 1990 werd de monetaire unie in Oost en West gevormd. Vervolgens werd het gehele Oostduitse geld, krediet- en verzekeringswezen door de Wessi’s overgenomen. Het logische gevolg: massale werkloosheid in het Oosten.
Overheidsbemoeienis was er alleen als het ging om het radicaal wissen van alles wat aan het DDR-verleden herinnerde
De regering onder leiding van Helmut Kohl kon of wilde de malaise in de nieuwe deelstaten niet oplossen. Het heilige geloof in marktwerking en privatisering had het grootkapitaal de vrije hand gegeven en in feite draaide de hele eenwording nog maar om één ding: het ombouwen van een ouderwetse planeconomie tot louter een filiaaleconomie voor westerse multinationals. Daadwerkelijke overheidsbemoeienis was alleen te bespeuren als het ging om het radicaal wissen van alles wat aan het DDR-verleden herinnerde.
Stefan Heym, schrijver en nestor van de Bondsdag, stelde de gang van zaken namens de PDS op 10 november 1994 in Bonn aan de kaak. ‘Ik heb me altijd afgevraagd waarom de euforie over de Duitse eenheid zo snel vervlogen is. Misschien omdat iedereen aanvankelijk slechts naar de materiële voordelen keek: voor de een markten, onroerend goed en goedkope arbeidskrachten; voor de ander, bescheidener, harde D-Marken en een onbeperkt aanbod van goederen en reizen. (…) De westerse efficiency en democratie die de Oostduitsers moesten overnemen staan niet ter discussie. Maar omgekeerd? Zijn er niet ook ervaringen uit de vroegere DDR die voor de gemeenschappelijke toekomst van Duitsland de moeite waard zijn? De vaste en veilige arbeidsplaats misschien? De gegarandeerde loopbaan? Het vaste dak boven het hoofd? Talloze burgers van de ex-DDR protesteren natuurlijk niet voor niks tegen het feit dat hun verworvenheden en prestaties te laag ingeschat en nauwelijks erkend worden. Onderschat alsjeblieft nooit een mensenleven waarin ondanks alle beperkingen het geld niet de beslissende factor was, een baan een recht voor man en vrouw was, een woning betaalbaar en waarin het belangrijkste lichaamsdeel niet de elleboog was.’
Heym’s toespraak veroorzaakte destijds nogal wat verontwaardiging in het CDU/CSU-kamp, maar intussen hadden de loze beloften van met name Kohl’s CDU de bevolking in de nieuwe deelstaten inderdaad niet koud gelaten. Veel Oostduitsers begonnen zich tweederangs burgers te voelen. De werkloosheid bedraagt inmiddels al bijna het dubbele van die in het Westen, de lonen liggen nog steeds een stuk lager en jongeren hebben na het afronden van een beroeps-opleiding vrijwel geen kans op een baan. In 1998 leefde 12 procent van de Oostduitse bevolking onder de armoedegrens. Veel jonge mensen verlieten na verloop van tijd de nieuwe deelstaten, waardoor ook het geboortecijfer sterk afnam. Zo liep bijvoorbeeld in Sachsen-Anhalt sinds 1990 het inwonertal met bijna 8 procent terug. Er begon zich ook nog een ander verschijnsel te manifesteren: rechts-extremisme. Steden als Rostock, Hoyerswerda en Leipzig zijn regelmatig het toneel van massale neonazi-activiteiten en brutale moordaanslagen op buitenlanders.
‘In het Westen betalen heel wat miljonairs geen belasting, omdat ze van de afschrijvingsmogelijkheden in het Oosten profiteren’
In 1995 zag de Bondsregering kennelijk in, dat het niet goed zat met de eenwording. Ondanks het feit dat Bond, deelstaten, gemeenten en Europese Unie op dat moment samen in totaal al bijna 1200 miljard D-mark in de Aufbau Ost hadden gepompt, werd besloten om rechtstreeks een beroep te doen op de belastingbetaler. Daartoe werd een al eerder beproefd middel opnieuw uit de kast gehaald: de Solidaritätszuschlag (solidariteitstoeslag), een soort toegevoegde inkomensbelasting van 7,5 procent, die per jaar nog eens 26 miljard D-Mark extra moest opbrengen voor onder meer bijstand, WW en pensioenen in het Oosten. Ook ging een gedeelte naar de bouw van infrastructuur en kantoorpanden en naar Treuhand-gelieerde organisaties. Een journalist van het dagblad Bild onthulde overigens in 1997, dat ook de Westduitse investeerders flink van de solidariteitstoeslag meeprofiteerden. Dankzij fiscale voordelen en hoge subsidies was het intussen namelijk aantrekkelijker om in het Oosten te investeren dan in het Westen. Zodoende werden met het ‘solidariteitsgeld’ ook de belastingvoor-delen voor investeerders uit het Westen gefinancierd. ‘In West-Duitsland betalen heel wat miljonairs geen belasting, omdat ze van de afschrijvingsmogelijkheden in Oost-Duitsland profiteren,’ verklaarde minister-president Heide Simonis van de deelstaat Schleswig-Holstein destijds. Investeren in het Oosten was zelfs zo gunstig (zie kader), dat er economisch totaal nutteloze projecten opgestart werden. Zo kon het gebeuren dat er bijvoorbeeld enorme kantoorgebouw-complexen (onder andere in Leipzig) uit de grond gestampt werden, die tot op de dag van vandaag leeg staan…
De smeergeldaffaire stelde het toch al geringe vertrouwen van de Oostduitsers in de politiek opnieuw op de proef
Het toch al zo geringe vertrouwen van de Oostduitsers in de politiek werd dit jaar opnieuw zwaar op de proef gesteld toen aan het licht kwam, dat de CDU over een fortuin aan zwart geld beschikte. Namens zijn partij had Kohl jarenlang miljoenen D-marken aan smeergeld aangenomen, om met name CDU-afdelingen in het Oosten te stimuleren. Plotseling wemelde het van de geheime buitenlandse bankrekeningen, raadselachtige schenkers en elkaar tegensprekende getuigen. Niet alleen Kohl, maar ook partijvoorzitter Wolfgang Schäuble en Roland Koch, minister-president van de deelstaat Hessen, logen aanvankelijk dat ze zwart zagen. Maar zij konden niet verhinderen dat de hele partij – inclusief de ‘eenheidskanselier’ – enkele maanden later op zijn achterste lag. Extra triest voor de Oostduitsers was de zogenaamde Leuna-deal. Leuna is een enorme olieraffinaderij in Sachsen-Anhalt die al een tijdje dringend voor privatisering op de nominatie stond. De CDU zou tientallen miljoenen Franse francs ontvangen hebben om Leuna compleet met het Oostduitse tankstation-keten Minol te verkopen aan het Franse olieconcern Elf-Aquitaine. Volgens geruchten was de Leuna-deal een onderonsje tussen Kohl en de toenmalige Franse president Mitterrand. Opvallend genoeg zijn in het Kanzleramt uitgerekend alle documenten over de verkoop van Leuna ‘kwijt’. Volgens CDU-belastingadviseur Horst Weyrauch gingen ze verloren ‘tijdens een verhuizing’.
Maar ook de sociaal-democratische SPD van de huidige kanselier Schröder kwam dit voorjaar onder vuur te liggen. Onder meer bondspresident Johannes Rau, voorheen de lieveling van de kolen- en staalarbeiders in het Ruhrgebied, zou zich gratis 45 keer vorstelijk hebben laten rondvliegen in jets van de Westdeutsche Landesbank. Rau houdt nog steeds vol dat de reisjes ‘zakelijk’ waren.
De meerderheid van de Oostduitsers vindt dat bondskanselier Schröder ze veel te veel links heeft laten liggen
Afgelopen zomer spoelde er opnieuw een golf van rechts-extremisme door Oost-Duitsland. Dat was voor kanselier Schröder aanleiding om een tiendaagse rondreis door het Oosten te ondernemen. Niet alleen om extreem rechts aan de kaak te stellen, maar ook om optimisme uit te stralen en over te brengen naar de Oostduitsers. Veel affiniteit had Schröder nog niet met ze getoond en volgens een Spiegel-enquête vond 59 procent van de Oostduitsers dat hij hen tot dan toe veel te veel links liet liggen. En dus trok Schröder voor het eerst sinds zijn aantreden handjes schuddend, schouderklopjes gevend en vooral joviaal lachend door de nieuwe deelstaten. Met het nodige sarcasme vergeleek Der Spiegel de tournee met een 19e-eeuwse expeditie naar een ver en onbekend land. ‘Wij zullen ons niet uit het veld laten slaan door bruine knokploegen,’ verzekerde Schröder de Oostduitsers meer dan eens.
‘Het grootkapitaal probeert ons in zijn greep te krijgen,’ luidt een van de one-liners van Udo Voigt, partijleider van de rechts-radicale NPD. Het is tekenend dat de bondsregering hier niet veel meer tegen in kan brengen dan wat geneuzel over een verbod op die partij. Ook Oskar Lafontaine, voormalig SPD-partijvoorzitter en minister van Financiën in het kabinet-Schröder, bediende zich graag van one-liners. ‘Je hart klopt links’ en ‘Voor een sociaal-democraat kan het niet modern zijn om sociale afbraak te bevorderen.’ Veel handen kreeg hij daarmee niet op elkaar. Binnen de SPD werd Lafontaine beschuldigd van ‘industrie-onvriendelijke politiek’ en voor het bedrijfsleven was hij altijd al de pispaal van de natie. In maart vorig jaar stapte Lafontaine gedesillusioneerd op.
Hoe het afliep met de festiviteiten rond de Wiedervereinigung? Die werden vooral gekenmerkt door geruzie tussen CDU en SPD, die om beurten de val van de Muur voor zich opeisten. Verdeeldheid alom dus. Zo werd het feest toch nog een beetje representatief voor de Duitse eenwording.
‘Ost-Investitionen’: een gouden businessInvesteren in het oosten was voor Westduitse ondernemingen een gouden business. Ost-Investitionen waren zó populair, dat er per hoofd van de bevolking meer in het Oosten dan in het Westen geïnvesteerd werd. De gedane investeringen vloeiden echter indirect weer terug naar die bedrijven, onder meer via gigantische investeringssubsidies. En terwijl de door de belastingbetaler opgebrachte middelen in het kader van Aufbau Ost naar Oost-Duitsland vloeiden, profiteerden hiervan vooral de grote Westduitse (en buitenlandse) banken, verzekeringsmaatschappijen en grote concerns dankzij de gestegen vraag in de voormalige DDR. Daarnaast boden de nieuwe deelstaten ook talloze mogelijkheden voor legale belastingvlucht. Volgens onthullingen van het weekblad Stern steeg de winst van multinational Siemens tussen 1990 en 1993 weliswaar slechts met 4 procent, maar betaalde het concern in diezelfde periode 77 procent minder belasting. |
De SP is tegen invoering van 2G, omdat niet duidelijk is in hoeverre dit bijdraagt aan de bestrijding van het virus, maar tegelijkertijd wel zorgt voor verdere tweedeling in de samenleving. Wij vinden dat het kabinet volop moet inzetten op het overtuigen van mensen de vaccinatiegraad te laten stijgen. Dat kan het beste door met mensen te spreken, niet door toegangsbewijzen te gebruiken als drukmiddel.
Uit recent onderzoek van de TU Delft blijkt bovendien dat invoering van 2G slechts een klein effect zou hebben op het aantal besmettingen. 2G is ook onacceptabel omdat de regering recent heeft besloten om vaccinatiebewijzen nog maar negen maanden geldig te laten zijn. Mensen die geen booster hebben gehaald en langer dan negen maanden geleden gevaccineerd zijn verliezen dus hun coronapas. De SP heeft nog geprobeerd dit tegen te houden door een motie hierover mede in te dienen, maar een meerderheid in de Tweede Kamer heeft deze weggestemd. Daardoor zou invoering van 2G ervoor zorgen dat zelfs mensen die wel twee vaccinaties hebben gekregen, maar geen booster, helemaal niet meer naar binnen zouden mogen bij bepaalde plekken.
Het effect van 2G is dus klein, terwijl het mensen uitsluit van delen van de samenleving en leidt tot verdere tweedeling. Om deze redenen is de SP dan ook geen voorstander van 2G.
