Ir. Paulus Fredericus Cornelius Jansen werd op 2 maart 1954 geboren in Roermond. Na het behalen van zijn gymnasiumdiploma aan het Bisschoppelijk College Roermond, studeerde hij Bouwkunde aan de TU Eindhoven. Zijn ingenieursdiploma behaalde hij in 1980. Tot 1996 was werkzaam in de bouw en de volkshuisvesting, onder meer als hoofd proces- en productontwikkeling van een groot bouwbedrijf. In zijn vrije tijd ondersteunde hij honderden bewonersorganisaties met adviezen over huur- en servicekostenkwesties en bij stadsvernieuwingsprojecten.
Jansen is sinds 1974 lid van de SP en was bestuurslid en afdelingsvoorzitter van onder andere de afdelingen Eindhoven en Utrecht. Tussen 1995 en 2003 was hij fractievoorzitter van de SP in Provinciale Staten in Utrecht. Daar was hij voorvechter van het uitbreiden van het aantal doe-taken van de provincie en verklaard tegenstander van de verkoop van energiebedrijven UNA en REMU.
In 2001 werd hij tevens gekozen in de Utrechtse gemeenteraad, waar hij fractievoorzitter van de SP was vanaf zijn verkiezing tot zijn afscheid in januari 2008. In deze periode lukte het hem onder meer een meerderheid van de raad te krijgen achter een voorstel om het aantal beleidsmedewerkers te verminderen met 25% en dit geld te besteden aan extra medewerkers in uitvoerende functies.
Ook was hij van van 1996 tot 2003 medewerker van de SP-Tweede Kamerfractie. Van 2003 tot 2005 was Jansen algemeen secretaris van de landelijke SP.
Bij de verkiezingen van van 22 november 2006 werd Jansen gekozen als Tweede Kamerlid. Hij was woordvoerder wonen en milieu.
Tussen mei 2014 en juni 2018 was Paulus Jansen wethouder voor de SP in Utrecht.
Maidan in Kiev
Kox: ‘Na gesprekken met de interim-president, de minister van Binnenlandse Zaken, de nieuwe gouverneurs van Donetsk en Lviv, alle politieke partijen en een groot aantal maatschappelijke organisaties, constateer ik grote vrees dat zaken verder uit de hand lopen. Veel gesprekspartners zijn bang voor nieuwe Russische interventies. In het oosten van het land is bar weinig vertrouwen in de nieuwe regering. En in het westen van het land, bijvoorbeeld in Lviv, hoorde ik onbegrip over wat er in het oosten van het land gebeurt. Na het afzetten van president Janoekovitsj in februari, is er een politiek vacuüm in het oosten van Oekraïne, waar Janoekovitsj zijn machtsbasis had. Daardoor is er een bepaalde aantrekkingskracht van buurman Rusland, waar de lonen en pensioenen hoger zijn en de regering sterker lijkt.’
‘Ook is er vooral in Oost-Oekraïne vrees voor de richting die de nieuwe regering in Kiev kiest, waarin ook extreemrechts een rol van betekenis vervult. Er dreigen enorme bezuinigingen, terwijl veel mensen al arm zijn en uitzicht missen. Ondertussen is de corruptie enorm, de economie geruïneerd, de sociale verhoudingen onrechtvaardig en de relatie tussen de Russische en Oekraïense gemeenschap her en der gespannen. In Kiev en het westen wordt gedemonstreerd tegen de Russische agressie, in Donetsk hoorde ik daarentegen demonstranten roepen:’ Rusland, Poetin!’
Demonstratie in Donetsk: boos op het westen, blij met Rusland
Kox hoopt dat Oekraïne snel alle nodige steun krijgt om binnenlands orde op zaken te stellen, door vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in mei en parlementsverkiezingen in het najaar. Ook moet er snel een nieuwe Grondwet komen, die recht doet aan de wensen van de mensen om meer zeggenschap en decentralisatie van de macht. Andere prioriteiten zijn de strijd tegen de gierende corruptie en voor een onafhankelijke rechtspraak. Kox: ‘Hoe beter Oekraïne als samenleving functioneert, hoe moeilijker het wordt om het land speelbal van geopolitieke strijd te maken. Maar dat duidelijk maken in een land waarin steenrijke oligarchen overal aan de touwtjes trekken en politici eigen belang voor algemeen belang stellen, is onvoorstelbaar moeilijk. Zeker als je daarbij optelt dat Oekraïne als onafhankelijk land pas 23 jaar bestaat en tot nu toe nooit een echte eenheid was.’
Het is nodig dat de internationale gemeenschap klip en klaar de illegale annexatie van de Krim door Rusland veroordeelt en passende maatregelen neemt om president Poetin tot de orde te roepen, aldus Kox: ‘Het is levensgevaarlijk als machtige landen zich permitteren internationaal erkende grenzen eigenhandig te veranderen. Als we dat toestaan, is het einde zoek.’
‘Tegelijk moeten de Europese Unie en de Verenigde Staten hun pogingen heroverwegen om Oekraïne in hun economische of militaire invloedssfeer te krijgen. Kox: ‘Alle gedoe over een NAVO-lidmaatschap moet van de baan, zoals ook de president nu erkent. En het sluiten van een economisch associatieverdrag door de EU mag ook nog eens heel goed bekeken worden. Rusland ziet beide zaken als onderdeel van een omsingeling.’
Kox: ‘Het is goed dat er van alles wordt geprobeerd om de spanningen te verminderen en overleg op gang te brengen. Het is een komen en gaan van allerlei mensen. Toen ik vrijdag aankwam, was VN-secretaris-generaal Ban Ki Moon in Kiev en de Duitse minister Steinmeier in Donetsk. We hebben tijdens ons bezoek ook overlegd met de vertegenwoordigers van de Verenigde Naties en de OVSE, de organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa, waarvan zowel Rusland als Amerika deel uitmaken. De Raad van Europa, waarin alle Europese landen, inclusief Oekraïne en Rusland vertegenwoordigd zijn, kan deskundige hulp leveren om het rechtsstelsel te hervormen en democratische verkiezingen mogelijk te maken. Effectieve samenwerking tussen internationale organisaties kan wellicht openingen maken die er nu nog niet zijn.’
Kox is als voorzitter van de linkse fractie in de parlementaire assemblee van de Raad van Europa in Oekraïne, samen met zijn collega fractievoorzitters en de president van de assemblee. Begin april spreken de afgevaardigden van de parlementen van de 47 lidstaten in de assemblee over hoe het verder moet met lidstaat Oekraïne. Ook komt daar de vraag aan de orde of er maatregelen genomen moeten worden tegen het Russische parlement, vanwege diens steun aan de illegale annexatie van de Krim. Kox: ‘Dat wordt een moeilijke afweging. Schenden van het internationale recht is niet recht te praten. Het Russische parlement uit sluiten van deelneming aan het werk van de Raad van Europa biedt echter ook bar weinig perspectief. Zeker vanuit het oogpunt van de noodzakelijke parlementaire diplomatie. Het worden moeilijke debatten, dat staat nu al vast!’
