Succesvol Nederlands Sociaal Forum krachtig afgesloten

27 november '04
Afbeelding protest red de zorg

De SP hecht veel waarde aan een goede bescherming van consumenten. Daarom moet de Consumenten Autoriteit meer geld én meer menskracht krijgen.

De SP is voorstander van het voeren van een innovatieve industriepolitiek, vooral gericht op de maakindustrie. Hiervoor wil de SP onder meer de aansluiting van (v)mbo’ers op het bedrijfsleven verbeteren, zodat het tekort aan geschoold productiepersoneel wordt opgeheven. Ook wil de SP een deel van het risico afdekken dat banken lijden op leningen voor onderzoek en ontwikkeling. De SP is voorstander van overheidssteun aan de scheepsbouw, zolang deze is toegestaan door Brussel en eveneens door andere landen wordt verleend.

Voor een bloeiende economische ontwikkeling is innovatie van groot belang. In die vernieuwing blijft Nederland achter. De afgelopen kabinetsperiode is gebleken dat zowel de overheid als het bedrijfsleven te weinig geld in innovatie steken. Ook grotere bedrijven die er financieel goed voor staan, investeren te weinig in onderzoek en ontwikkeling.

De uitgaven aan Research en Development moeten over de volle breedte omhoog. Voor iedere euro overheidssubsidie zal het bedrijfsleven twee euro moeten gaan investeren.Bijna 80 procent van onze technologische innovatie komt uit de industrie. Nederland gaat dan ook, wat de SP betreft, een innovatieve industriepolitiek voeren. De overheid ondersteunt de industrie bij het halen van die doelen, onder andere door het oprichten van een Nationale Investeringsbank die voorziet in de behoefte aan hoog-risicovolle leningen.

De bank financiert innovatieve projecten, die pas op lange termijn rendement opleveren. Uitwisseling van kennis tussen bedrijfsleven, universiteiten en kennisinstituten wordt verder gestimuleerd. Daardoor wordt universitaire kennis beter ontsloten en benut voor praktische toepassingen.De industrie creëert werkgelegenheid over de volle breedte van de arbeidsmarkt.

Mensen die werken met hun handen zijn ook in de toekomst hard nodig. Tegelijkertijd blijkt dat bijna de helft van de bedrijven een tekort heeft aan geschoold productiepersoneel. De aansluiting van (V)MBO’ers op het bedrijfsleven moet worden verbeterd, zodat het tekort aan geschoold personeel kan worden aangepakt.

Beperk het aantal koopzondagen tot 12 per jaar. In gebieden die van zichzelf een toeristische aantrekkingskracht hebben kunnen extra koopzondagen worden toegestaan.

De SP wil het aantal koopzondagen beperkt houden omdat het voor werknemers en kleine zelfstandigen belangrijk is dat er een gezamenlijke dag is waarop de winkels in meerderheid gesloten zijn. Extra koopzondagen bevoordelen het grootwinkelbedrijf ten opzichte van de kleine middenstanders.Voor de kleine middenstand leiden extra koopzondagen nauwelijks tot meer omzet, maar winkeliers moeten wel vaker in hun winkel staan om hetzelfde te verdienen. Uitbreiding van koopzondagen gaat dan ook ten koste van het MKB.

Daarnaast zien veel werknemers zich gedwongen om op zondag te werken. Uit onderzoek van de vakbond blijkt dat velen dat tegen hun zin doen. Ook is het belangrijk dat er een gemeenschappelijke dag is waarop verenigingsactiviteiten georganiseerd kunnen worden en mensen activiteiten kunnen ondernemen met familie en vrienden. De SP vindt het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen daar aan mee kunnen doen. In Nederland is de meest aangewezen dag hiervoor de zondag omdat dit een dag is waarop de meeste mensen vrij zijn, overheidsdiensten veelal gesloten zijn en ook scholen en universiteiten dicht zijn.

De SP wil dat overtredingen van het mededingingsbeleid beter worden aangepakt. De afgelopen jaren zijn boetes op kartelvorming verhoogd, maar het onderzoek ernaar blijft achter. De Autoriteit Consument en Markt moet zich hier harder op richten.

Het Midden- en Kleinbedrijf is het hart van onze economie: 99 procent van alle bedrijven in Nederland is klein, met 50 medewerkers of minder. Deze belangrijke spil van werkgelegenheid is wendbaar, innovatief en in staat om maatwerk te leveren in de meest uiteenlopende specialisaties. Het kleinbedrijf is dan ook een onmisbare toeleverancier van het grootbedrijf.

De menselijke maat

Daarnaast weerspiegelt het kleinbedrijf de menselijke maat; door hun schaal en aard bevinden kleine bedrijven zich midden in de samenleving, tussen de mensen. Ze zorgen voor bedrijvigheid in de buurten, voor werkgelegenheid in dorpen en voor de leefbaarheid van het platteland. Bovenal is de betrokkenheid bij de zaak van ondernemers en werknemers in het kleinbedrijf groot.De SP wil 100% hart voor de zaak

De SP wil dat de politiek meer oog krijgt voor de belangen en problemen van kleine bedrijven. De machtspositie van het kleinbedrijf ten opzichte van het grootbedrijf is vaak zwak waar het gaat om onderhandelingen over prijzen, het huren van bedrijfslocaties of het krijgen van overheidsopdrachten. Er moet meer besef komen van het belang, de positie en de problemen van kleine bedrijven. De SP wil dat er bij het maken van regels en wetten meer rekening wordt gehouden met het kleinbedrijf. Het plan '100% Hart voor de Zaak' bevat tientallen voorstellen om de positie van kleine zelfstandigen te verbeteren. Alle onderwerpen waarmee deze bedrijven te maken krijgen komen aan bod, van financiering tot mobiliteit en van lastendruk tot bestrijding van criminaliteit.

Alle ondernemers moeten gelijke toegang hebben tot overheidsopdrachten. Bij aanbestedingen moet de overheid ophouden met het onnodig clusteren van opdrachten. Het clusterverbod dat nu bestaat moet beter worden gehandhaafd. Er komt een Aanbestedingsautoriteit waar ondernemers hun beklag kunnen doen, die onderzoek doet naar misstanden bij aanbestedingen en die overheden helpt om beter aan te besteden.

Zie ook: Het plan '100% Hart voor de Zaak'

Veel Nederlandse bedrijven doen goede zaken met het buitenland. En we mogen er trots op zijn dat Nederlandse bedrijven op die manier bijdragen aan de groei van welvaart in landen waar de mensen veel armer zijn dan wij hier. Maar helaas komt er in veel landen schending van mensen-, arbeids- of milieurechten voor. En soms zijn daar Nederlandse bedrijven of dochterondernemingen van Nederlandse bedrijven bij betrokken. De SP wil dat er regels worden gemaakt voor bedrijven die overzee zaken doen. Anders dan de neoliberale visie van een aantal andere partijen gelooft de SP dat de overheid eisen mag stellen aan de verantwoordelijkheid van ondernemen ver weg omdat consumenten het recht hebben om te weten of de maker van het product dat ze kopen eerlijk is betaald, of dat het geld alleen maar in de diepe zakken van een handelaar achterbleef.

Daarom stellen wij het volgende voor:

  • Alle middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen rapporteren ieder jaar over wat ze doen om hun productie en import menswaardig en milieuvriendelijk te krijgen of te houden.
  • Alle middelgrote en grote Nederlandse ondernemingen verbeteren de transparantie in hun keten van toeleveranciers. Zo wordt voor consumenten ook duidelijk wat ze kopen.
  • Bedrijven die in aanmerking willen komen voor financiële steun van de overheid, bijvoorbeeld een subsidie of garantie, moeten aantonen dat zij belangrijke arbeidsrechten in het buitenland, zoals het niet gebruik maken van dwangarbeid, het toestaan van vrijheid van vereniging van werknemers (vrijheid van vakbond) respecteren en dit waar mogelijk actief bevorderen. Op zijn minst moet dit het actief onderschrijven van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen zijn.
  • Nederlandse bedrijven met dochterondernemingen zijn aansprakelijk voor de werkwijze van het dochterbedrijf in andere landen.

Na de splitsing van productie en netbedrijven in 2009 zijn Essent en NUON verkocht. Daarmee wordt nu zo’n 75 procent van de Nederlandse huishoudens beleverd door een privaat energiebedrijf. Bij de splitsing zwoor het kabinet dat de netbeheerders publiek eigendom zouden blijven. Rutte wil echter (om te beginnen) 49 procent van TenneT en Gasunie verkopen en daarna zullen de provincies en de gemeenten ongetwijfeld hetzelfde willen met de regionale netbeheerders.

De SP is voor 100 procent publieke netbeheerders waarbij de winstuitkering aan de overheden beperkt wordt tot de rente op staatsleningen. Wij zijn voorstander van het herverkavelen van het werkgebied van de regionale netbeheerders, zodat 4-6 bedrijven van vergelijkbare grootte gevormd worden met een aaneengesloten, logisch werkgebied. Zo wordt ook de maatschappelijke controle door de provincies en gemeenten versterkt.

De buitenlandse expansie van TenneT en Gasunie, door het verwerven van Duitse energienetwerken, willen wij terugdraaien. Het is onlogisch (en riskant) als een Nederlands staatsbedrijf eigenaar is van Duitse infrastructuur. Wel zijn wij voorstander van de vorming van een Noordwest-Europees nutsbedrijf voor de aanleg en het beheer van de zwaarste gasleidingen en hoogspanningstracees. Daarin zouden alle betrokken landen naar rato van hun omvang moeten participeren. Zo’n bedrijf zou ook de logisch initiatiefnemer zijn van de aanleg van een "stopcontact op zee" (hoogspanningsnet voor de ontsluiting van windparken op de Noordzee).

Elektriciteitsproducenten kiezen op dit moment massaal voor de bouw van nieuwe centrales op drie locaties aan de kust: Eemshaven, Maasvlakte en Borssele. Daardoor veroorzaken zij grote kosten voor uitbreiding van het hoogspanningsnet. Maar die kosten worden niet in rekening gebracht bij de veroorzaker, maar bij de afnemers van elektriciteit. Wij zijn er daarom voorstander van dat ook de producenten een deel van de netkosten gaan betalen.

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.