Naar aanleiding van het TV-programma Ja, ik wil een miljonair heeft SP-justitiewoordvoerder Jan de Wit aan staatssecretaris Cohen gevraagd naar de toepassing van de Wet op de Kansspelen op dit soort TV-spelletjes. In totaal 750.000 kijkers werd via de telefoon bij elkaar 1,5 miljoen uit de zak geklopt voor slechts één prijs in de vorm van een BMW-cabrio, de beloning voor het raden van de juiste huwelijkskandidate. Dit is ook in kansspel-technische zin een absolute wanverhouding die blijkbaar zonder enige controle bestaat.
Feit is dat de bellers flink bij de neus worden genomen. De bellers hebben geen enkel inzicht hoe, en op welke wijze hun telefonische bijdrage verwerkt wordt. Het is onduidelijk of een notaris een winnend telefoonnummer trekt en of ALLE mensen die gebeld hebben meedingen naar de auto. De vraag is dan ook of dit soort spelletjes die zich als een olievlek over de TV-wereld uitspreiden, niet onder zekere normen moeten vallen. In januari van dit jaar heeft staatssecretaris van Justitie Cohen aangegeven dat zelfregulatie het middel is van de toekomst.
Het is hoog tijd hier iets aan te doen. Bijvoorbeeld door de Wet op de Kansspelen ook onverkort van toepassing te laten zijn op televisiespelletjes. Het is volgens artikel 1a van deze wet verboden zonder vergunning gelegenheid te geven om mede te dingen naar prijzen of premies, indien de aanwijzing der winnaars geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen geen overwegende invloed kunnen uitoefenen. De zelfregulatie leidt tot de excessen die we nu zien bij dit soort programmas waarbij niet meer dan 5 procent van de via de telefonische opbrengsten aan prijzengeld wordt uitgedeeld terwijl dit bijvoorbeeld bij de Staatsloterij 60 procent moet zijn! Er is bij dit soort spelprogrammas maar één winnaar: de televisieproducent. En dat kunnen al die andere 750.000 verliezers toch niet wensen. De SP heeft dit in Kamervragen bij staatssecretaris Cohen aan de orde gesteld.
