De SP is voor boerenlandbouw en niet voor doorgeschoten industrialisatie van de agrarische sector met eindeloze schaalvergroting en excessen als megastallen. Europese landbouwsubsidies komen in hogere mate terecht bij de rijkeren en benadelen ook nog eens ontwikkelingslanden. Deze subsidies moeten worden afgebouwd. De SP wil dat boeren een eerlijke prijs krijgen door eerlijke handelspraktijken, betere margeverdeling en quotering. Met diervergunningen kunnen ongewenste schaalvergrotingen zoals megastallen worden tegengehouden.
Daarnaast vindt de SP het prima dat boeren betaald worden voor milieu- en waterbeheer. De SP wil geen dumping van landbouwoverschotten in ontwikkelingslanden en geen landbouwsubsidies die ontwikkelingslanden benadelen. Importtarieven voor goede, duurzame producten moeten worden verlaagd of afgeschaft. Importtarieven op foute producten moeten worden behouden of verhoogd, zodat eerlijke producten gemakkelijk de markt op kunnen, maar onze boeren beschermd worden tegen valse concurrentie van foute producten. Import van legbatterijeieren wordt verboden. Legbatterijen zijn in de Europese Unie verboden, dus dan is het oneerlijk als er wel legbatterijeieren geïmporteerd mogen worden.
Er moet snel een verduurzamingsslag gemaakt worden in de veehouderij waarbij we gaan naar een duurzame, diervriendelijke manier van dieren houden. De veehouderij dient de draagkracht van de natuur en de mensen in de omgeving niet te overschrijden. Dieren moeten hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen. Een koe hoort in de wei, een kip moet kunnen scharrelen en een varken moet kunnen wroeten. De veehouderij moet aangepast worden aan de natuurlijke behoeften van het dier, en niet andersom. De schaalgrootte van de veehouderij moet passen in de omgeving.
De SP is voor regionalisering van de landbouw en voedselsoevereiniteit. De groeiende macht van multinationals over boeren, zaaigoed en voedsel moet worden tegengegaan. Boeren horen een eerlijke prijs te krijgen voor een eerlijk product. Het verschil tussen de prijs die de boer krijgt en de prijs in de supermarkt is te groot. Verkoop onder de kostprijs wordt aangepakt, eventueel in combinatie met quoteringsmaatregelen.
De SP zet zich in voor leefbaarheid en armoedebestrijding op het platteland. We willen een diverse en levendige plattelandseconomie. Voorzieningen als winkels, scholen, buslijnen en pinautomaten moeten blijven.
Beschaving uit zich onder meer in de wijze waarop mensen met andere levende wezens en met de natuurlijke omgeving omgaan. Dierenmishandeling moet stevig worden aangepakt. In de Grondwet moet een zorgplicht voor dieren worden opgenomen. De bio-industrie gaat zo spoedig mogelijk op de helling. Dierenwelzijnsnormen worden flink verscherpt. Dieronvriendelijke praktijken van de bio-industrie en verminking van dieren worden verboden. Met het oog op het milieu en ter voorkoming van dierziekten wordt er een maximum gesteld aan het aantal boerderijdieren in Nederland. Diervriendelijke, extensieve veehouderijen worden beloond met een gratis dierrecht vergunning. Bedrijven die het minder goed doen op het gebied van dierenwelzijn, volksgezondheid en milieu moeten betalen. Landbouwhuisdieren worden preventief ingeënt tegen mond- en klauwzeer. Onderzoek naar vlees vervangende producten wordt bevorderd en er wordt eerlijke voorlichting gegeven over de milieu- en gezondheidsgevolgen van (overmatige) vleesconsumptie. Transport van slachtdieren van meer dan 500 kilometer of langer dan 8 uur wordt in heel Europa verboden en de omstandigheden bij het transport worden verbeterd.
Bij het debat over de intensieve veehouderij volgt de SP eenvoudige uitgangspunten:
- Een dier moet zijn natuurlijk gedrag kunnen uiten;
- De veehouderij moet niet de draagkracht van de natuur overschrijden;
- De veehouderij moet niet de draagkracht van de mensen in de omgeving overschrijden;
- Het mag geen risico voor de volksgezondheid vormen;
- De boer moet er een schappelijk inkomen uit kunnen verdienen.
Het overtreden van (welzijns-)regels voor dieren en dierenmishandeling dient harder te worden bestraft, in het uiterste geval door een verbod op het houden van dieren. Ook moet er een verbod komen op het fokken van dieren die door selectieve fok geen volwaardig zelfstandig leven kunnen leiden. Dit kan zijn doordat ze niet zelfstandig kunnen baren, ademhalingsmoeilijkheden hebben, een te kleine schedel of andere ernstige afwijkingen hebben. Het aantal dierproeven wordt tot het absolute minimum beperkt. Waar alternatieven voor dierproeven voorhanden zijn, worden deze verplicht gesteld, evenals een test naar het maatschappelijk nut en de medische relevantie. Er moet een groter budget komen voor het onderzoek naar proefdiervrije alternatieven. Bedrijven betalen hieraan mee. Onderzoeksmethoden en –resultaten van dierproeven worden openbaar. De SP is tegen het vernietigen van ‘overtollige’ proefdieren. Het testen op dieren van nieuwe medicijnen die nauwelijks van bestaande medicijnen afwijken, dient verboden te worden.
De SP is tegen bont. Bont is bedoeld voor dieren en niet voor mensen. Het is een vervangbaar luxe product, en daarmee is het niet gerechtvaardigd om een dier enkel voor dit doel te doden. De productie van bont gebeurt vaak onder dier-onterende omstandigheden. In nertsenfokkerijen leven de dieren in kleine gazen kooitjes waar ze alleen cirkels kunnen draaien van 30 cm doorsnee. In het wild hebben deze solitaire levende waterroofdieren, een territorium van 1 tot 5 vierkante kilometer. De SP heeft een initiatiefwet opgesteld die het houden van dieren voor bont verbied. Dankzij deze wet mogen er geen nieuwe pelsdierfokkerijen gestart worden en mogen bestaande fokkerijen niet uitbreiden. Het fokken van pelsdieren wordt per 2023 helemaal verboden. Bont in kleding willen we tegengaan.
Ook voor bont uit het wild lijden dieren die voor hun bont gedood worden, onnodig, bijvoorbeeld bij de dieronvriendelijke vossenjacht of bij de zeehondenjacht. De SP heeft een belangrijke rol gespeeld in een Europees verbod op honden-, katten- en zeehondenbont. De SP heeft een motie in de Tweede Kamer aangenomen gekregen die etikettering van bont verplicht stelt.
De SP is tegen plezierjacht en wil dat jacht tot het absolute minimum wordt ingeperkt. Daar zijn vele goede redenen voor: Ten eerste: jacht leidt tot heel veel gewonde dieren. Uit onderzoek van Noer en Madsen blijkt dat 36% van de dieren met hagel in het lichaam leeft. Uit onderzoek van Alterra blijkt dat 25 van de 99 gescande ganzen ooit doorzeefd waren, maar het schot hagel had overleefd. Veel dieren raken dus gewond, leven verder met een handicap of creperen langzaam en pijnlijk buiten het zicht. Ten tweede geeft jacht een grote verstoring in de natuur en veroorzaakt onrust en angst onder de dieren. De SP heeft om deze reden bij de Natuurwet een amendement ingediend om jacht in Natura2000 gebieden te verbieden. Ten derde is het zo dat jacht sociale en familiestructuren kapot maakt: zo missen jongen hun ouders en verhongeren. Tot slot komen rondom de jacht veel overtredingen en misstanden voor: roofdieren worden vergiftigd, dieren van buren worden beschoten of klemmen worden neergezet.
De SP geeft de voorkeur aan beheer door natuurlijk evenwicht boven beheer door jacht. De SP is tegen de plezierjacht en de vrijstellingslijst van vrij bejaagbare soorten wordt wat de SP betreft tot nul beperkt. Alleen in geval van ernstige en wetenschappelijk onderbouwde gevaren voor de volksgezondheid of in geval van grote landbouwschade die niet op diervriendelijke wijze bestreden kan worden, kan jacht in overweging genomen worden. Daarbij moet de uitoefening door professionals in overheidsdienst of onder direct overheidstoezicht plaatsvinden.
Ruimtelijke ordening is de manier waarop we het land inrichten: stad, dorp, ommeland en buitengebied, van groenstrookje en parkje in de wijk tot dagcamping en groter natuurgebied. In een klein, dichtbevolkt land is het cruciaal voor de leefbaarheid dat gebouwen, wegen, groen, water een goede ruimtelijke samenhang hebben die kwaliteit biedt voor de mens en bescherming voor plant, dier en bodem. Lege kantoren en verloederde bedrijventerreinen, wegzakkende veenweiden, kustbebouwing, gas- en zoutwinning onder de Waddenzee, grote windparken rondom dorpen, outletcentra in het weiland waardoor nabijgelegen dorps- en stadscentra verkommeren zijn allemaal voorbeelden van niet-duurzame ruimtelijke ordening.
Waar de Randstad te maken heeft met bevolkingsgroei, hebben veel andere regio’s te maken met bevolkingskrimp, in combinatie met vergrijzing en ontgroening van de bevolking. Dit vraagt om een specifiek beleid en andere keuzes ten aanzien van woningbouw, scholen en zorginstellingen, bedrijfsterreinen (waaronder winkels en kantoren) en openbaar vervoer. De gemeenten en provincies krijgen meer ruimte voor regionale keuzes, die waar nodig door het Rijk met wetgeving en financiën zullen moeten worden ondersteund.
Het grondbeleid gaat op de schop. De voorwaarden waaronder projectontwikkelaars grond kunnen verwerven worden scherper. Bouw van kantoren en bedrijventerreinen wordt niet toegestaan wanneer daar geen duidelijke vraag naar is. We stimuleren woningcorporaties om leegstaande woningen in krimpgebieden op te kopen, om het verlies aan ruimtelijke kwaliteit van dorpen en het platteland tegen te gaan.
Goed bodemgebruik en grondpolitiek is één van de punten waar de SP zich sterk voor maakt.
Zie voor meer onze boeken 'Begane grond' en 'De laatste boer'
In 2050 hebben we een CO2-neutrale samenleving. Dit bereiken we door concrete en afdwingbare maatregelen die voortvloeien uit het Klimaatakkoord van Parijs (december 2015). We leggen per sector een tijdpad vast om in 2050 CO2-neutraal te zijn – en in 2030 minstens halverwege. Dit leggen we vast in een Klimaat- en energiewet. Deze nieuwe wet voorziet in de opvolging van het tot 2023 doorlopende Energieakkoord.
Het is van belang hierbij in de gaten te houden dat groene en sociale politiek hand in hand gaan. De overgang naar duurzame energie vindt plaats mét en niet ondanks de mensen. Investeringen in duurzaamheid moeten leiden tot meer werkgelegenheid, gerichte scholing en lagere lasten voor mensen met een middeninkomen of lager inkomen. We vergroten de betrokkenheid van mensen bij het ontwikkelen en uitvoeren van duurzame projecten.
We maken werk van de overstap van fossiele energie zoals olie en gas naar duurzame energie. De kolencentrales worden zo spoedig mogelijk gesloten, we gaan geen schaliegas winnen, we boren niet meer naar gas in het Waddengebied en we bouwen geen nieuwe kerncentrales. De centrale in Borssele gaat zo snel mogelijk dicht. We zetten ons in om de kerncentrales in België snel gesloten te krijgen en onze buren te helpen bij een overstap naar alternatieve energie. Het Europees emissiehandelssysteem (ETS) werkt niet, omdat de prijs van CO2 te laag is. We ontwikkelen een vorm van CO2-beprijzing die daadwerkelijk prikkelt tot verlaging van de uitstoot, volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Er komt een wettelijke regeling voor inspraak en participatie van omwonenden van windparken en vergelijkbare energieprojecten die de directe leefomgeving beïnvloeden – energiecorporaties krijgen hierin een belangrijke rol. In die regeling komen ook compensatiemaatregelen. Handel in oude windmolens die gericht is op het innen van subsidies voor nieuwe wordt verboden. Om klimaatdoelen te halen zullen we flink meer windenergie moeten opwekken, vooral op zee, waar ook de kostprijs voor deze duurzame energie steeds lager wordt.
We maken serieus werk van gebruik van restwarmte en stimuleren het gebruik van geothermie. Zowel boven- als ondergrondse opslag van warmte wordt gebuikt om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Daarbij moet ook worden gedacht aan opslag van elektrische energie (zoals in elektrische auto’s).
We maken afspraken om alle woningen energiezuinig en duurzaam te maken. Woningcorporaties gebruiken hun extra investeringsruimte mede om bestaande woningen te verbeteren tot minstens energielabel B in 2021. Dit is goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van huurders. Woningbezitters die voor hun woning samen met andere woningbezitters een collectief energieplan willen maken, worden daarbij geholpen.
