Het door staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met de schildersbranche gesloten compromis over de aanpak van de oplosmiddelen is een te grote concessie aan de werkgevers in die branche. De normen voor blootstelling aan oplosmiddelen worden opgerekt in ruil voor de mededeling op de verfbussen dat ,,het product aan de arbonormen voldoet”. Oprekking van de norm betekent dat meer mensen kans lopen op OPS (organopschychosyndroom).
Zoals bekend wordt er in ons land nog veelvuldig gewerkt met oplosmiddelen, in allerlei bedrijfstakken. Mensen die met oplosmiddelen moeten werken lopen de kans OPS te krijgen (een aantasting van het zenuwstelsel die tot volledige arbeidsongeschiktheid leidt). Nederland kent 2500 OPS-slachtoffers. Per jaar komen er zo’n 300 slachtoffers bij.
De Tweede Kamer heeft zich in de motie Poppe uitgesproken voor een algehele vervangingsplicht van oplosmiddelen. Dat ging staatssecretaris Hoogervorst te ver. Hij wil slechts fasegewijze die vervangingsplicht invoeren in die bedrijfstakken waar dat technisch mogelijk is.
In de schildersbranche zijn inmiddels afspraken gemaakt om tot algehele vervanging te komen. Dit blijkt echter gepaard te gaan met het oprekken van de blootstellingsnorm van 100 gram per liter naar 125 gram per liter. Bovendien is er voor bepaalde werkzaamheden toch nog ontheffing mogelijk (poreuze ondergrond, roet- en nicotineaanslag). Oprekking van de norm betekent dat meer mensen het slachtoffer kunnen worden van blootstelling aan oplosmiddelen en dus OPS kunnen krijgen. De daartegenover staande bereidheid van de werkgevers in de schildersbranche om voortaan op de verfbussen te vermelden dat het product aan de arbonormen voldoet steekt daar schril tegen af.
Tweede-Kamerlid Jan de Wit (SP) vindt dat de staatssecretaris ten onrechte is gezwicht voor de druk van de werkgevers. Hij heeft staatssecretaris Hoogervorst daarom om opheldering gevraagd. Hij vindt dat de Kamer over deze kwestie met de staatssecretaris moet praten. ,,Oprekken van de norm is het laatste dat de Kamer heeft gevraagd toen zij de motie Poppe aannam”, aldus De Wit.
