SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen stelde vandaag aan staatssecretaris Cohen de onderstaande schriftelijke vragen over de volgende zaak. Op 9 augustus dreigt mevrouw Warntjes-Siemantowska Nederland te worden uitgezet omdat zij volgens de vreemdelingenwet niet lang genoeg getrouwd was met haar Nederlandse echtgenoot. Volgens Jan Marijnissen is mevrouw echter slachtoffer geworden van een wet die niet op haar situatie van toepassing kan zijn: ‘Deze mensen hadden al jaren een relatie en bovendien samen een kind. Zij trouwden pas in 1995, maar meneer Warntjes overleed nog geen jaar later aan maagkanker. Het is absoluut duidelijk dat het hier niet om een schijnhuwelijk ging’. Marijnissen eist van staatssecretaris Cohen dan ook dat hij mevrouw alsnog op humanitaire gronden een verblijfsvergunning verleent en de geest van de wet laat prevaleren boven de letter. Het gezin dreigt anders voor een onmogelijke keus te worden geplaatst waarbij het zesjarige zoontje alleen in Nederland achter zou moeten blijven of verhuizen naar een land dat hij niet kent. Ook vraagt Marijnissen aan Cohen de lacune in de vreemdelingenwet te repareren omdat die nu geen onderscheid maakt tussen overlijden en scheiden bij de toekenning van zelfstandige verblijfsvergunningen.
Vragen SP:
1. Bent u bekend met het bericht ‘Poolse moeder uit Helwijk moet land uit’ (BN/De Stem, 28 juli 1999) en de uitzending van TV8 (Brabant) met hetzelfde onderwerp?
2. Is het juist dat mevrouw Warntjes-Siemantowska op 9 augustus het land moet verlaten en haar 6-jarige zoontje in Nederland mag blijven?
3. Deelt u de mening dat het in dit geval duidelijk niet om een schijnhuwelijk gaat en dat derhalve de vreemdelingencirculaire in wezen niet bedoeld kan zijn om in dit concrete geval mevrouw Warntjes-Siemantowska een zelfstandige verblijfsvergunning te weigeren en dat uitzetting een evident onredelijk en onbedoeld gevolg van de wet zou zijn? Zo nee, waarom niet?
4. Is het juist dat in België wel een onderscheid gemaakt wordt tussen overlijden en scheiden bij toewijzing van een zelfstandige verblijfsvergunning?
Zo ja, overweegt u de Nederlandse vreemdelingencirculaire in deze zin te herzien?
5. Is het juist dat mevrouw Warntjes-Siemantowska na uitzetting naar Polen over drie jaar haar recht op uitkering én kinderbijslag wordt ontzegd op grond van de wet BEU?
6. Bent u het eens met de stelling dat het gezin voor een onmogelijke keus geplaatst dreigt te worden aangezien de zesjarige zoon óf alleen in Nederland moet blijven óf mee moet met zijn moeder naar Polen waar hij als Nederlander een nieuw bestaan moet opbouwen, de taal leren, vriendjes maken etc.?
7. Bent u bereid het uitzettingsbevel op te schorten tot na de door de advocate van mevrouw Warntjes-Siemantowska gevraagde herziening door de IND van de negatieve beschikking? Zo nee, waarom niet?
8. Bent u bereid om de negatieve beschikking te herzien en mevrouw Warntjes-Siemantowska op humanitaire gronden alsnog een zelfstandige verblijfsvergunning te verlenen? Zo nee, waarom niet?
