De SP vindt het teleurstellend dat de enorme winst in de verkiezingen voor de Provinciale Staten vrijwel nergens kan worden vertaald in coalitiedeelname. Alleen in Brabant en Utrecht wordt nog met de SP gesproken. “Het ziet er naar uit dat de klassieke bestuurderspartijen CDA, VVD en PvdA zich aan elkaar vast klampen, zodat ze op dezelfde voet door kunnen,” zegt partijsecretaris Hans van Heijningen. “Dat is buitengewoon jammer, want wij nemen graag onze verantwoordelijkheid op alle niveaus. Maar het zal ons er niet van weerhouden om onze grotere slagkracht aan te wenden om ook vanuit de provincies Nederland menselijker en socialer te maken.”
Hans van Heijnigen op het verkiezingsfeest van deze maand
De SP kreeg eerder deze maand drie keer zoveel stemmen als bij de vorige verkiezingen voor het provinciale bestuur. Alom werd de SP (alweer) uitgeroepen tot de grote winnaar van deze stemronde. Er was aanvankelijk goede hoop dat deze uitslag zou leiden tot deelname aan het bestuur in meerdere provincies. Al snel bleek echter dat daar weinig enthousiasme voor was bij CDA, VVD en PvdA, de partijen die de laatste decennia in de meeste provincies samen het bestuur vormen. “De SP wordt behoorlijk consequent buiten de onderhandelingen over collegevorming gehouden,” constateert Hans van Heijningen, die als Algemeen Secretaris nauw contact onderhoudt met de gekozen Statenleden van de SP. “De andere partijen lijken erg tevreden met elkaar en willen het bestuur blijven regelen zoals ze dat al tientallen jaren doen. Ze komen er samen wel uit, desnoods met steun van kleine partijen als GroenLinks of ChristenUnie.”
Dat de SP in de meeste provincies niet in de coalitie komt te zitten, betekent echter niet dat de partij nu aan de zijlijn staat. “Absoluut niet,” zegt Van Heijningen. “We zijn nu drie keer zo groot als eerder en kunnen dus drie keer meer werk verzetten. We zullen onze eigen onderzoeken houden, zelf met de mensen blijven praten en zelf betere voorstellen ontwikkelen. Zoals we dat ook in gemeenten doen waarin we nog niet besturen, en zoals we dat in de Eerste en Tweede Kamer doen.”
“De vraag is niet óf de SP in de toekomst op alle niveaus gaat meeregeren, maar wannéér. Blijkbaar moeten we nog iets groter worden om onze plaats in het bestuur af te dwingen.”
