“Schandalig en ongeloofwaardig,” noemt SP-Kamerlid Jan de Wit de afwijzing door de PvdA van een algemene vervangingsplicht voor oplosmiddelen. Want diezelfde PvdA stemde in november nog vóór zo’n maatregel.
Eind 1997 nam de Tweede Kamer een voorstel aan van SP’er Poppe om te komen tot een algemene vervangingsplicht voor oplosmiddelen. Poppe had een Kamermeerderheid – waaronder de PvdA-fractie – overtuigd dat die maatregel de beste is om te voorkomen dat de “schildersziekte” OPS slachtoffers blijft eisen. OPS tast het centrale zenuwstelsel aan en wordt veroorzaakt door het inademen van oplosmiddelen. Aan de ziekte lijden in Nederland momenteel zo’n 2500 mensen. Toenmalig staatssecretaris De Grave was niet blij met de Kameruitspraak, net zo min als zijn opvolger Hoogervorst (ook VVD). Voor Jan de Wit was dat aanleiding om de kwestie onmiddellijk na het aantreden van het nieuwe kabinet aan de Kamer voor te leggen. Hij diende een nieuw voorstel in, waarin gevraagd werd de aangenomen motie-Poppe eindelijk uit te voeren. Hiervoor kreeg het Kamerlid echter alleen de steun van GroenLinks, SP, SGP en GPV. De PvdA-fractie bleek ineens bekeerd te zijn tot het regeringskamp. In het debat verweet haar woordvoerder Middel aan De Wit dat hij “ijzer met handen wil breken”. Maar Jan de Wit vond dat de PvdA-fractie zich een “politieke massage” heeft laten welgevallen. “Het is schandalig en ongeloofwaardig dat de PvdA nu tegen beter weten in de regering steunt. De motie-Poppe gaf precies weer wat de PvdA vorig jaar wilde en nu steunt ze ertegen. Als de nieuwe fractievoorzitter Melkert dat bedoelt met een meer dualistische opstelling van de PvdA, dan moet hij nog veel leren.”
