Den Haag, 7 oktober 1999
2e-Kamerlid Harry van Bommel wil van de Minister weten wie in Nederland verantwoordelijk is voor de railveiligheid nu het aantal spoorbedrijven toeneemt. Het mag niet zo zijn dat door onduidelijkheid over verantwoordelijkheden de onveiligheid op het spoor groter wordt.
In Groot-Brittannië werd een investering van ruim drie miljard in veiligheidsmaatsregelen achterwege gelaten toen Britisch Rail werd geprivatiseerd. Het dramatische ongeluk in Londen afgelopen dinsdag zou met extra investeringen in railveiligheid waarschijnlijk voorkomen zijn. Ook Nederland is sinds 1995 het pad van de privatisering van spoorvervoer ingeslagen. NS is opgesplitst in een bedrijf dat het spoor beheert (NS Rail Infrabeheer) en twee bedrijven (NS Reizigers en NS Cargo) die er treinen over laten rijden. Bovendien worden steeds meer spoorlijnen door andere bedrijven geëxploiteerd en komen er goederenvervoerders bij op het spoor.
Uiteraard moet voor alle partijen duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor de railveiligheid. Van Bommel: ‘De SP heeft al drie jaar lang bij de Minister aangedrongen op een nota over railveiligheid. Die nota zal binnenkort eindelijk door de Kamer worden besproken. Maar over verantwoordelijkheden staat er niet meer dan dat er een heldere afbakening moet zijn, die voor alle betrokkenen eenduidig is. De SP wil weten hoe de Minister dat denkt te bereiken’.
Daarom heeft Van Bommel de volgende vragen gesteld aan de Minister van Verkeer en Waterstaat.
1. Hebt u kennisgenomen van het bericht ‘Treinramp in Londen kost 26 reizigers het leven’?
2. Kunt u de relatie die in het artikel gelegd wordt tussen de privatisering van Britisch Rail en het achterwege blijven van investeringen in veiligheidsmaatregelen onderschrijven?
Zo ja: wat is er in de Nederlandse situatie aan voorzorgen genomen om te voorkomen dat de problematiek zoals die in Groot Brittannië bestaat zich in de toekomst ook in Nederland zal voordoen?
3. Onderschrijft u de conclusie van het artikel dat de horizontale scheiding van railinfrastructuur, rollend materieel en exploitatie het een uiterst gecompliceerde zaak maakt om de verantwoordelijkheid bij ongelukken vast te stellen? Gelden deze argumenten ook voor Nederland en zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan?
4. Wilt u deze vragen beantwoorden voor de behandeling van de Nota Railveiligheid (26 699) in de Kamer?
