SP-fractievoorzitter Jan Marijnissen is gecharmeerd van het voorstel van zijn collega Ad Melkert om een dertiende maand in te voeren voor alle werknemers in de publieke sector. Tegelijkertijd verzet hij zich tegen de voorwaarde dat daarvoor langer moet worden gewerkt. “Melkerts voorstel komt neer op een sigaar uit eigen doos. Dat er meer geld moet komen om werk in de publieke sector aantrekkelijker te maken, is buiten kijf.” Verder vindt Marijnissen het jammer dat de PvdA niet kiest voor centen in plaats van procenten.
Marijnissen is boos dat hoewel de hele Kamer afgelopen dinsdag zijn verzoek tot openbaarmaking van het rapport Van Rijn steunde het kabinet tot nu toe geweigerd heeft het openbaar te maken. De ministeries en de paarse partijen hebben al wel kennis kunnen nemen van de inhoud. Marijnissen wil het rapport snel hebben zodat de Kamer er vóór het reces en onafhankelijk van de perikelen over de Voorjaarsnota over kan spreken.
Volgens de SP is er veel meer nodig dan de zes miljard gulden waar Melkert nu aan denkt. De commissie-Van Rijn heeft becijferd dat er op korte termijn een bedrag tussen de 15 en 20 miljard nodig is om de achterstand op het bedrijfsleven in te lopen. Naast de dertiende maand is een grotere inhaalslag nodig om de onder Paars ontstane achterstanden in de arbeidsvoorwaarden weg te werken. Zo zal in het onderwijs de Herziening Onderwijs Salarissen (HOS) moeten worden teruggedraaid, dient de functiewaardering van onderwijs ondersteunend personeel te verbeteren en zou de positie van wetenschappelijk onderzoekers moeten worden versterkt.
In de zorg is een opwaardering van de functies van verpleegkundigen en verzorgenden nodig en zouden de salarissen sneller moeten kunnen groeien.
Marijnissen: “Melkert heeft geen oog voor de specifieke knelpunten en drijft ruilhandel met de 13e maand. Bovendien horen we niets over die grote groep werknemers die hij destijds zelf een Melkertbaan heeft bezorgd voor een salaris onder het functieloon. Het zou van moed getuigen als hij zou erkennen dat deze mensen al jaren onderbetaald worden en dat daar nu eens een eind aan moet komen. Deze banen zouden allen omgezet moeten worden in regulier fatsoenlijk betaald werk.”
