Pieter Winsemius onderzocht voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de schooluitval. In het rapport 'Vertrouwen in de school' bepleit hij meer structuur en verbondenheid voor overbelaste jongeren. Het gaat vaak om kinderen met een combinatie van problemen als taalachterstand, armoede, een gebroken gezin, ouders met psychische problemen en een zeer onrustige leefomgeving. Om de problemen van deze kinderen te ondervangen moeten er zogenaamde 'plusscholen' worden opgericht met zorg en intensieve begeleiding door kernteams van leraren. Daarvoor moeten extra geld worden vrijgemaakt. Bindende afspraken tussen vmbo-scholen moeten een einde maken aan de groeiende segregatie tussen overbelaste en andere leerlingen.
Kant: “Winsemius legt de vinger op de zere plek. Door schaalvergroting, gebrek aan samenwerking tussen scholen, te magere investeringen in het onderwijs zijn overbelaste jongeren in de steek gelaten. Gevolg is een concentratie van probleemjongeren op scholen die daardoor probleemscholen worden. Dat is een tijdbom die onder de samenleving ligt. Scholen zullen meer moeten samenwerken, de tijd van eenzijdig opkomen voor het eigenbelang is voorbij.”
Kant waarschuwt wel dat de politiek de bal niet bij de scholen kan leggen en dan denken dat het klaar is. “Het kabinet zal zelf ook alle zeilen moeten bijzetten. Niet alleen door de scholen te steunen, maar ook door de gettovorming actief tegen te gaan en de zorg en het jeugdwerk in de buurt te versterken. Uiteindelijk is dit namelijk geen onderwijsprobleem, maar een landelijk probleem.”
Het vandaag gepresenteerde rapport over de aanpak van schooluitval biedt een enorme kans om een maatschappelijke tijdbom te ontmantelen. Dat concludeert SP-fractieleider Agnes Kant. “Het kabinet kan nu een eind maken aan jarenlang doormodderen met de bestrijding van schooluitval. Niets doen zal zorgen voor een massa kansloze jongeren. Hun kansen op een goede toekomst worden vergooid. Bovendien hebben we hen keihard nodig voor die toekomst.”
