De aankoop van het landelijk hoogspanningsnet door de rijksoverheid is een zeer positieve ontwikkeling, maar onderstreept tevens de zwalkende houding van het kabinet ten opzichte van de leidinginfrastructuur. Dezelfde argumenten die gebruikt worden om de aankoop van het landelijk hoogspanningsnet te motiveren, gaan immers geheel of grotendeels ook op voor het hogedrukgasnet, de kabelnetten en de telefoonnetten.
De SP is er zeer over te spreken dat minister Jorritsma gezwicht is voor een kamermeerderheid, die voorstander was van 100 procent publiek eigendom van de hoogspanningsnetten. In de Verenigde Staten en Canada, waar deze netten in het verleden geprivatiseerd zijn, bleek dit te leiden tot het uitwonen van de netten en op den duur tot grote calamiteiten. SP-woordvoerder Van Bommel wijst er echter op dat er nog méér argumenten zijn voor het publieke bezit van kabel- en leidingnetwerken, die een natuurlijk monopolie vormen.
Een private partij die een netwerk in handen heeft zal concurrerende partijen, die dat netwerk willen gebruiken, juist dwarszitten. Dat zien we nu bijvoorbeeld bij KPN Telecom, die de beltarieven voor particulieren in het weekeinde zó laag maakt dat daar voor concurrenten onmogelijk meer tegen te concurreren is, zonder in de rode cijfers terecht te komen. Op het moment dat de concurrenten de strijd opgeven heeft KPN Telecom de handen vrij de tarieven weer flink te verhogen. De consument is uiteindelijk de dupe.
Er is ook een duidelijke analogie met de huidige discussie over de kabelnetwerken. Op dit moment hebben de drie grote marktpartijen UPC, Casema en Essent al 70 procent van de kabelnetten in handen, waarbij ze uitsluitend hun eigen dochtermaatschappijen internet- en telefoondiensten op hun kabel laten aanbieden. Vrijwel alle andere fracties in de Tweede Kamer dringen aan op versnelde liberalisering van de kabelnetwerken. Volgens Van Bommel is het een illusie dat liberalisering een einde zal maken aan dit soort praktijken. Hij pleit er daarom voor te onderzoeken of de geprivatiseerde kabelbedrijven opnieuw in overheidshanden kunnen komen, wat naar zijn schatting een investering van vijf tot vijftien miljard gulden zou kosten. Het nieuwe landelijke nutsbedrijf dat zo ontstaat kan dan zekerstellen dat echte concurrentie van dienstenaanbieders op de kabel mogelijk wordt.
