De Tweede-Kamerfractie van de SP wil opheldering over de uitspraken van minister Jorritsma bij de jubilerende Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen. Jorritsma zette zich in haar toespraak hevig af tegen het bouwen binnen het stedelijke gebied. De stadsgrens als keurslijf spreekt mij totaal niet aan. Integendeel zelfs!, zei de minister letterlijk. Het kabinetsbeleid is echter gebaseerd op het principe steden-land plus, wat neerkomt op een bundeling van nieuwbouw rond bestaand stedelijk gebied en infrastructuur en zuinig omgaan met de open ruimte. Haar collega Pronk is momenteel doende met de voorbereiding van de 5e Nota Ruimtelijke ordening, waarin dit principe voor de komende vijfentwintig jaar wordt uitgewerkt.
Op dezelfde bijeenkomst pleitte Jorrritsma voor het omzetten van meer landbouwgrond in bouwgrond: Stel nu eens dat we 1 procent van de landbouwgrond zouden omzetten in grond geschikt voor wonen en werken. Dan zou die grond in economisch opzicht ineens enorm in waarde stijgen. Berekeningen spreken zelfs van 50 miljard gulden. Met andere woorden: het verbouwen van landbouwgrond kost, zelfs na aftrek van de oogst, de Nederlandse burger 50 miljard gulden. Poppe wijst erop dat de minister hiermee op de lijn zit van de vrije jongens Jacobse en Van Es (Kees van Kooten en Wim de Bie), die in de jaren zeventig onder het motto geen gezeik, iedereen rijk voorstelden om heel Nederland te verkopen en met zijn allen te emigreren. Met als verschil dat de minister het klaarblijkelijk serieus meent. Op grond van haar redenering zou ruimte voor extra natuur helemaal uit den boze zijn, want die heeft een nog geringere opbrengst. Minister Brinkhorst tracht momenteel de uit de hand gelopen intensieve veeteelt te hervormen naar duurzame landbouwmethoden. Extensievere, multifunctionele landbouw, waarbij ook de natuurwaarden een rol spelen betekent dat de ruimtebehoefte eerder méér dan minder wordt.
SP-Kamerlid Remi Poppe vind dat Jorritsma met haar uitspraken het beleid van haar collegas, gesteund door een kamermeerderheid, onderuit schoffelt. Feitelijk voert de VVD hiermee oppositie binnen het kabinet. De liberalen willen kost wat kost dat er voor hun kapitaalkrachtige achterban extra huizen gebouwd worden in het buitengebied. Poppe vindt dit kortzichtig: Die kapitaalkrachtige consument wil een mooi optrekje in het groen aanschaffen, maar tegelijkertijd voorkomen dat een ander dat ook doet. Want dan woont hij immers niet meer tussen het groen, maar tussen andere mensen die graag tussen het groen hadden gewoond.
Poppe wil daarom dat Jorritsma haar ideeën uit haar toespraak voor de NEPROM nader onderbouwt en aan de Tweede Kamer toestuurt, zodat deze zich kan uitspreken over de wijze waarop zij haar collegas in de wielen rijdt.
