Ruim vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog hebben de mensen die destijds gedwongen werden voor nazi-Duitsland te werken, nog steeds geen fatsoenlijke schadevergoeding ontvangen. De SP vraagt Kamer en regering het op te nemen voor de voormalige dwangarbeiders. Tot mei volgend jaar bestaat de mogelijkheid bij de Duitse overheid een claim neer te leggen.
Ondanks een tweetal overeenkomsten met Duitsland ontvingen de meeste van de half miljoen Nederlandse dwangarbeiders slechts een schamele vergoeding voor de pensioenpremie die zij destijds betaalden. Vijftig gulden per jaar dwangarbeid. De schade en de smarten werden nooit vergoed.
Volgens de SP-fractie is er alle aanleiding nú met Duitsland tot overeenstemming te komen over een regeling voor de werkelijke schade (pensioen-, loon- en immateriële schade). Duitse bedrijven blijken bereid aan een dergelijke regeling mee te werken. Claims moeten echter vóór 13 mei 1999 worden ingediend.
De SP-Kamerleden Agnes Kant en Jan de Wit hebben vandaag de kwestie voorgelegd aan de Kamercommissies voor Volksgezondheid en Sociale Zaken. Die zouden de regering moeten vragen het voortouw te nemen om tot een definitieve schaderegeling te komen.
Zie ook het Tribune-artikel “Dwangarbeiders wachten nog steeds op erkenning“
