Tweede-Kamerlid Jan de Wit (SP) heeft aan staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevestiging gevraagd van de berichtgeving dat het kabinet het SER-advies verwerpt. Volgens De Wit bevestigen de cijfers van het CPB precies de vermoedens van de SP, op basis waarvan hij het SER-advies direct na het verschijnen verwierp. De Wit: Het is nu zaak om de WAO te behouden en de arbeidsongeschiktheid en het nodeloos langs de kant staan van gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers te bestrijden.
Het CPB legt precies de vinger op de zere plek: het is zeer de vraag of het wel mogelijk is om een onderscheid te maken tussen volledige arbeidsongeschiktheid die wél en die níet langer dan vijf jaar duurt. Daarom zou het drukkende effect op de instroom wel eens veel minder kunnen zijn dan waar de SER vanuit gaat. Vooral omdat vanuit de werkgevers, de werknemers én de verzekeraars een groot belang bestaat om de kosten af te wentelen.
Als de instroom wél beperkt wordt tot het deel dat de SER voorziet, dan zijn de gevolgen nog veel ernstiger. Volgens de SP én nu het CPB betekent lagere WAO-instroom nog geen hogere arbeidsparticipatie. Daardoor komen de meeste werknemers die volgens de huidige normen wél volledig arbeidsongeschikt zijn en volgens de nieuwe normen níet in de nWAO komen na twee jaar ziekte in de WW en daarna in een regeling op bijstandsniveau.
Hoogervorst en de rest van de regering doet er goed aan het SER-advies te verwerpen en de oorzaken van arbeidsongeschiktheid te bestrijden, in plaats van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan te pakken. Daarnaast moet hij werkelijk werk maken van het bieden van kansen op (aangepast) werk voor WAO-ers die nu willen werken. (zon 200.000) De SP doet hiervoor duidelijke voorstellen in haar verkiezingsprogramma die meer effect sorteren dan het onzalige plan van de SER.
