SP-Kamerlid Jan de Wit wil een Kamerdebat over het voornemen van de regering om de Nederlandse arbeidsmarkt over een maand helemaal open te gooien voor werknemers uit Polen en zeven andere Midden- en Oost-Europese landen. Het kabinet zegt vandaag dat er voldoende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat oneerlijke concurrentie ontstaat op de arbeidsmarkt, maar de SP is daar niet van overtuigd.
Het kabinet wil per 1 januari elke belemmering wegnemen om werknemers uit Polen, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië binnen te laten, zo liet het vandaag na de ministerraad weten. SP-Kamerlid Jan de Wit vindt dat dit nu niet kan, omdat er onvoldoende maatregelen zijn genomen om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. “Er wordt alleen gekeken hoe zo snel en makkelijk mogelijk vacatures kunnen worden vervuld. Er is volstrekt geen oog voor de consequenties voor de mensen die nu werken in de bouw, de industrie en de landbouw, die te maken zullen krijgen met oneerlijke concurrentie. Of voor de tienduizenden mensen die aan de kant staan maar graag wíllen werken, zoals werklozen, mensen met een arbeidshandicap en herintredende vrouwen. Werkgevers zullen nooit in deze mensen investeren als ze ook makkelijk werknemers uit Polen of Hongarije kunnen aantrekken. Zo verkleinen we bovendien de kansen op de arbeidsmarkt voor een hele generatie die nu op het VMBO wordt opgeleid tot schilder, timmerman, monteur of loodgieter. Via zogenaamde zelfstandige-constructies worden de CAO’s omzeild, waardoor iemand uit bijvoorbeeld Litouwen genoegen kan nemen met 800 euro per maand. Onze jongeren kunnen daar niet tegen op concurreren. Zo organiseren we onze eigen werkloosheid en moeten onnodig veel mensen straks een beroep doen op een uitkering.”
Ook PvdA en CDA toonden zich eerder kritisch over de voornemens van het kabinet om de grenzen open te zetten zonder goede voorwaarden en maatregelen vooraf. De Wit zal hen vragen deze overhaaste beslissing van staatssecretaris Van Hoof niet goed te keuren en nieuwe beslissingen over het in stand houden of aanpassen van de beperkte toelating over te laten aan een volgend kabinet.
