Campinghouders laten zich weinig gelegen liggen aan de overeenkomst die Recron, ANWB en Consumentenbond in 1997 gesloten hebben om de rechtspositie van langkampeerders te verbeteren. Nog steeds worden op grote schaal huurovereenkomsten opgezegd van langkampeerders die al vaak jaren lang op een camping staan. Ook worden kampeerders met andere middelen, bv. huurverhogingen, de deur uit gejaagd. Op de vrijkomende plaatsen worden chalets gebouwd die verkocht worden of aanzienlijk meer huur in het laatje brengen.
SP-kamerlid Remi Poppe heeft in schriftelijke vragen aan de ministers Apotheker en Pronk om opheldering gevraagd, omdat een grote meerderheid in de Tweede Kamer, na eerdere vragen van de SP, in 1996 heeft aangedrongen op een betere rechtsbescherming van langkampeerders. Toenmalig verantwoordelijk minister van Aartsen wilde destijds echter niet aan een wettelijke regeling, omdat de sector dit zelf zou kunnen oplossen.
Directe aanleiding voor de vragen is de ontruiming van camping Euroase in Beekbergen. Maar de SP heeft nog gegevens over een groot aantal soortgelijke praktijken elders in Nederland. Hierbij worden ook op flinke schaal bomen gekapt. Poppe vermoedt dat hierbij gemeenten een oogje dichtknijpen, omdat zij er ook financieel belang bij kunnen hebben om meer inkomsten (belastingen en heffingen) uit de luxekampeerders te halen.
Vragen SP:
1. Heeft u kennis genomen van het artikel ,,’Ik kan terug naar de binnenstad’; gedwongen ontruiming maakt eind aan droom oude dag in stacaravan,” en herinnert u zich de discussie van de vorige minister van LNV met de vaste commissie LNV over de bescherming van langkampeerders?
2. Kloppen de in het artikel genoemde feiten?
3. Is de eigenaar van camping Euroase lid van de Recron? Zo ja: is gehandeld conform de Recron-voorwaarden voor langkampeerders, zoals vastgelegd in het convenant van 1997 tussen Recron, ANWB en Consumentenbond in 1997? Waarom heeft de ,,verbeterde consumentenbescherming via het nieuwe Burgerlijk Wetboek” de huurders van standplaatsen geen soulaas geboden?
4. Hoeveel reguliere standplaatsen voor langkampeerders zijn sinds het afsluiten van het convenant in 1997 omgezet in profijtelijker verhuurvormen, zoals chalets?
Indien dit niet bekend is: bent u bereid hiernaar met spoed een onderzoek in te stellen?
5. Acht u deze omzetting in lijn met de destijds door de Kamer uitgesproken wens om betaalbare vormen van openluchtrecreatie in stand te houden?
Zo nee: bent u bereid om een wettelijke regeling alsnog te overwegen indien blijkt dat het afgesloten convenant niet werkt?
6. Hoe worden (gedeeltelijke) omzettingen van standplaatsen voor lang-kampeerders getoetst op ruimtelijke ordening- en natuuraspecten (o.m. het kappen van bomen)?
7. Hebben gemeenten direct financieel belang bij impliciete of expliciete medewerking bij het omzetten van simpele, betaalbare standplaatsen op campings in dure chaletplaatsen, doordat deze meer opbrengen aan gemeentelijke belastingen en heffingen?
8. Hoe zien de verantwoordelijke rijksinspecties toe op een adequate handhaving van relevante regelgeving, bestemmingsplannen e.d. door gemeenten en provincies?
