Afgelopen maandag kwam minister Brinkhorst (EZ) met een notitie over het aantal gewerkte uren en de arbeidsparticipatie in Nederland. Dit naar aanleiding van een heftige discussie tijdens de begroting van Economische Zaken tussen SP-Kamerlid Agnes Kant en de betreffende minister over dit onderwerp. Centrale vraag van het debat en de notitie is of er iets mankeert aan het economisch draagvlak in Nederland. Volgens de minister is dat het geval en zijn Nederlanders liever lui dan moe. De nu verschenen notitie lijkt hem hierin gelijk te geven – maar dat is schijn.
Agnes Kant hierover: “Het probleem is dat de minister steeds maar de halve waarheid vertelt. Als alle ‘ingrediënten’ van het economisch draagvlak in ogenschouw worden genomen, zoals de netto arbeidsparticipatie (het aantal mensen dat werkt), het aantal jaarlijks gewerkte uren en de arbeidsproductiviteit, zien we dat Nederland verre van slecht scoort. Als we daarbij bedenken dat de Nederlandse loonontwikkeling sinds 1982 alleen maar dalende is en zelfs onder het Europese gemiddelde ligt, dan kan ik niet anders dan concluderen dat het onzin is dat we in Nederland – in de woorden van de minister- een 10.000 kilometerbeurt nodig hebben”.
De minister heeft voor deze zogenaamde beurt die Nederland nodig heeft de afgelopen maanden een ware campagne gevoerd. Zo heeft hij meermaals verkondigd dat er geen land is in Europa waar minder wordt gewerkt dan in Nederland. Nu blijkt echter uit zijn eigen notitie dat dit niet het geval is. Ook zijn oproep dat we met z’n allen meer moeten gaan werken is overbodig: de Nederlander is- vanwege de vervroegde pensionering met 61,4 jaar- de laatste 50 jaar namelijk al steeds meer gaan werken, zo blijkt uit een onlangs verschenen rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarnaast is het op zijn minst merkwaardig te noemen dat de minister maar gebruik blijft maken van cijfers die nadrukkelijk niet geschikt zijn voor internationale vergelijkingen. Bijvoorbeeld de OESO-cijfers, waarbij in de handleiding nadrukkelijk staat dat vergelijken van landen niet mogelijk is omdat die verschillende definities hanteren.
Kant: “Alle voorgestelde maatregelen van de minister zijn bezweringsformules als rechtvaardiging voor sociale verslechteringen, ten bate van het bedrijfsleven en ten koste van de werknemer. De nieuwe notitie Van Brinkhorst heeft hier niets aan veranderd.”
