Actiekomitee ereschuld mijnwerkers: ‘Schuld niet ingelost’

28 november '00
Afbeelding protest red de zorg

Bij de presentatie van het eindrapport van de Stichting Silicose Oud-mijnwerkers past – opnieuw – een woord van waardering voor het baanbrekende en belangwekkende werk dat de Stichting heeft tot stand gebracht. Tegelijkertijd overheerst het gevoel van teleurstelling dat veel oudmijnwerkers met silicose niet in aanmerking zijn gekomen voor de eenmalige silicosevergoeding en evenmin het grootste deel van de weduwen van de oudmijnwerkers. De trieste conclusie die het Aktiekomitee Ereschuld Mijnwerkers trekt is dat de ereschuld dus niet is ingelost.

Vanaf zijn oprichting in maart 1993 heeft het Aktiekomitee Ereschuld Mijnwerkers zich op het standpunt gesteld dat inlossing van de ereschuld van de Nederlandse overheid jegens de oudmijnwerkers zou moeten inhouden dat alle oudmijnwerkers met silicose als ook de weduwen van de oudmijnwerkers die aan silicose zijn overleden in aanmerking moeten komen voor de eenmalige vergoeding.
De criteria die de Stichting stelde aan bedoelde vergoeding waren dusdanig zwaar dat veel oudmijnwerkers niet voor de vergoeding in aamerking zijn gekomen. Met name de beoordeling van de vraag of er sprake was van een silicose-aandoening heeft tot zeer veel procedures geleid waarin de oudmijnwerkers meestal aan het kortste eind trokken omdat de Raad van State blind afging op de toegepaste medische onderzoeksmethode. Een methode die niet onomstreden is getuige de opvattingen van de oud-longarts Dr. Maesen.daarover.
Schrijnend blijft ook dat de Stichting niet bereid bleek de criteria te verruimen zodat ook de weduwen van oudmijnwerkers die aan silicose zijn overleden voor de vergoeding in aanmerking konden komen. Pogingen van de SP om de staatssecretaris van Sociale Zaken te bewegen ook de weduwen onder de regeling te laten vallen zijn mislukt. Evenals de pogingen van de SP om de provincie Limburg een apart fonds voor de weduwen te doen oprichten.
De Stichting becijfert de totale uitgaven op zo’n 50 miljoen gulden. Waarvan 37 miljoen werden uitgekeerd aan vergoedingen. De rest, zo’n 13 miljoen gulden zijn kosten. Het Aktiekomitee is van mening dat versoepeling van de criteria had betekend minder procedures, dus minder kosten en dus meer geld voor de oudmijnwerkers.
De oudmijnwerkers die buiten de boot zijn gevallen alsook de weduwen van de oudmijnwerkers die niets hebben gekregen blijven achter met de vanouds in Limburg bestaande opvatting dat men hen vergeten is en dat het nog steeds moeilijk blazen is tegen een bakoven.

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.